Er is een einde gekomen aan het mysterie rondom de dood van de destijds 36-jarige Miriam Sharon in 1990. De rechter heeft Daniël E. veertien jaar cel opgelegd en acht bewezen dat E. met voorbedachte rade de vrouw in haar huis in Den Haag heeft vermoord.

Miriam Sharon wordt geboren in Israël en komt daar eind jaren zeventig een Nederlandse man tegen. Ze worden verliefd en besluiten naar Nederland te verhuizen. Ze vestigen zich in een benedenwoning aan de Regentesselaan in Den Haag en krijgen twee kinderen. Eind jaren tachtig besluiten de twee uit elkaar te gaan. Sharons zoon trekt in bij haar ex, haar dochter blijft bij haar.

Op de avond van haar dood op 8 oktober is Sharon bezig om haar dochter naar bed te brengen, als er wordt aangebeld. Het meisje van zeven verklaart niet veel later een man in een zwarte jas te hebben gezien in de woonkamer, maar dat ze niet weet wat hij komt doen. Haar moeder brengt haar naar bed. Het meisje wordt nog een keer wakker van geschreeuw, maar durft niet uit bed te komen. Ze valt uiteindelijk weer in slaap. Ook de bovenburen horen geruzie en besluiten polshoogte te nemen. Ze treffen Sharon dood aan in het halletje van haar woning.

Voor de politie staat vast dat de man in de woning verantwoordelijk is voor de mishandeling en het doden van Sharon. De vrouw is door messteken in haar hals omgekomen. In de woning is duidelijk te zien dat er een worsteling heeft plaatsgevonden, maar er zijn geen sporen van inbraak. Het politieonderzoek leidt destijds niet tot aanhoudingen en ook nu tast het Openbaar Ministerie nog steeds in het duister over het motief. De zaak belandt op de plank.

Cold case

In 2013 krijgt iedere politie-eenheid een coldcaseteam en zo ook in Den Haag. Een van de dossiers die wordt heropend is die van Sharon. In 2015 wordt met vernieuwde technieken een DNA-spoor veiliggesteld dat wordt aangetroffen op een sigarettenpeuk en een nagelschaartje uit de woning van de vrouw. Onderzoek in de politiedatabase leidt tot een match. Het DNA is van de nu 53-jarige Israëlische E., die in de zomer van 2016 wordt aangehouden.

De sigarettenpeuk waar DNA vanaf kwam, is van hetzelfde merk als een pakje sigaretten in de zwarte leren jas die wordt gevonden in de woonkamer van Sharon. In die jas wordt een ticket gevonden van een kluisje in het bagagedepot van station Brussel, dat een aantal uren voor de moord is afgestempeld. In dat kluisje worden onder meer het identiteitsbewijs van de verdachte en spullen met zijn vingerafdrukken erop aangetroffen.

E. is, samen met een inmiddels overleden man, al eerder in beeld als verdachte. Onderzoek leidt niet tot een concrete verdenking en ze worden daarom nooit aangehouden. De relatie van E. tot de vrouw is niet duidelijk en door zijn zwijgen komt daar ook geen helderheid over. Volgens de dochter van Miriam zegt de man bij binnenkomst gestuurd te zijn.

Opgraving

Om het onderzoek naar de verdachte kracht bij te zetten wordt er besloten tot een "heftig middel", aldus de officier van justitie. Het lichaam van Sharon wordt begin september opgegraven in Israël om mogelijke DNA-sporen veilig te stellen. De kans is dat er DNA onder de vingernagels van de vrouw zit, mocht zij met de dader gevochten hebben. Dit onderzoek levert niets op.

Omdat de zaak inmiddels zo lang geleden is, moest moord bewezen worden om tot een straf te komen. Doodslag is namelijk al verjaard. De rechtbank zag echter genoeg aanknopingspunten voor voorbedachte rade, dat is noodzakelijk bij moord. De Israëliër kwam rechtstreeks vanuit Brussel naar de woning van Sharon. De vrouw overleed omdat haar keel was doorgesneden, dat wijst volgens de rechtbank op een afrekening en E. zei toen hij de woning binnenkwam "ik ben gestuurd".