Een door de Amsterdamse politie gebruikte undercoveragent heeft een deel van het losgeld ingepikt dat in 1977 voor de ontvoerde Amsterdamse zakenman Maurits Caransa werd betaald. 

Dat stelt de voormalige hoofdinspecteur Kees Sietsma komende zaterdag in het programma Andere Tijden (NTR/VPRO) over de zaak, nu bijna veertig jaar geleden.

Sietsma vertelt dat een Duitse undercoveragent werd ingezet om het genummerde losgeld terug te kopen van de ontvoerders, om hen zo te ontmaskeren. Caransa was destijds het eerste slachtoffer van een ontvoering in Nederland. De Amsterdamse politie ontdekte naderhand dat de undercoveragent een deel van dat geld in eigen zak had gestoken. De operatie werd daarom afgeblazen. De daders gingen vrijuit.

Sietsma zegt in Andere Tijden: ''We begrepen dat we dit verhaal niet bij de rechtbank konden brengen. Want het is een volkomen onbetrouwbare getuige die we zouden presenteren, en een onbetrouwbare getuige leidde meestal tot vrijspraak.''

Van de tien miljoen gulden (circa 4,5 miljoen euro) losgeld is weinig teruggevonden. Caransa, die in 2009 op 93-jarige leeftijd overleed, werd op 28 oktober 1977 in Amsterdam ontvoerd na een bezoek aan een bridgeclub.