De omstreden salafistische organisatie AlFitrah heeft tegen de verwachtingen in het eigen pand in Utrecht gekocht voor 1,7 miljoen euro. Vervolgens is het direct doorverkocht aan een projectontwikkelaar die er 68 appartementen wil bouwen.

Dat meldt het AD donderdag. Het geld zou van een Nederlandse investeerder komen en de koopakte zou al getekend zijn. De investeerder blijkt donderdagavond een ontwikkelaar uit Oostvoorne te zijn, aan wie het pand binnen een uur werd doorverkocht. 

De krant, die de koopaktes heeft ingezien, meldt dat de ontwikkelaar voor de bouw eerst een omgevingsvergunning nodig heeft. Als de gemeente deze verleend, krijgt AlFitrah 8.500 euro per appartement. Voorwaarde is wel dat de moskee voor 1 juli 2018 het pand moet verlaten. 

Met de koop komt er een einde aan een langlopende kwestie. AlFitrah lag lang overhoop met de eigenaar van het pand omdat de omstreden stichting lang geen huur zou hebben betaald.

Woensdag besloot de rechter nog dat het pand ontruimd moest worden. Dat gaat niet door, de stichting legt nu 1,83 miljoen euro neer: 1,7 miljoen voor het pand plus achterstallige huur en gemaakte proceskosten.

Omstreden

De AlFitrah-moskee is omstreden. Een jaar geleden was er een inval in het pand, omdat de belastingdienst vermoedt dat de organisatie geld witwast en terrorisme financiert.

Vorig jaar onthulde het AD dat de organisatie een donatie had ontvangen via een instelling uit Koeweit, die in verband is gebracht met Al-Qaeda. De organisatie uit Utrecht ontkende de banden, maar vorige maand bleek dat de financiering wel degelijk heeft plaatsgevonden.

De overheid probeert dergelijke geldstromen al jaren in kaart te brengen, maar dat is niet eenvoudig. Golfstaten als Qatar en Koeweit gebruiken oliegeld om hun versie van de islam te verspreiden.

Vanuit de overheid bestaat de vrees dat organisaties met dit geld invloed kopen in Nederland. Zo zouden ultraconservatieve islamitische stromingen vanuit de Golfstaten hier kunnen leiden tot radicalisering.

Koeweit

Minister Lodewijk Asscher Sociale Zaken en Werkgelegenheid schreef vorige maand dat sinds enkele jaren Saudi-Arabië (2010) en Koeweit (2013) via hun ambassades zo nu en dan informatie geven over financieringsverzoeken van religieuze instellingen in Nederland.

Het is echter niet zeker of alle informatie wordt gedeeld. In de meeste gevallen bevat de melding enkel de naam van de instelling die om geld heeft gevraagd in een Golfstaat.

Een eventueel algeheel verbod van financiering van moskeeën vanuit Golfstaten is volgens Asscher niet mogelijk vanwege de vrijheid op godsdienst.