De hygiëne in pluimveeslachterijen blijkt dikwijls niet helemaal op orde. Dat blijkt uit de laatste inspectiecijfers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Inspecteurs constateerden in de eerste zes maanden van dit jaar vaker dat vloeren en wanden vies waren. Ook op het gebied van dierenwelzijn wil de NVWA verbeteringen zien.

Wat hygiëne betreft is vooral een scherpe daling te zien bij de hygiëne van bedrijfsruimten. Eind 2015 was die in gemiddeld 65 procent geheel op orde. Dat nalevingspercentage is gedaald naar 38.

Ook het risico op kruisbesmetting, waarbij bacteriën van de ene naar de andere plek worden overgebracht, is toegenomen na een aanvankelijke daling. Op dat punt worden de regels in 71 procent goed nageleefd.

Twee van de achttien grote slachterijen trekken het gemiddelde wel behoorlijk omlaag. Daar werd bijvoorbeeld verkeerd omgegaan met kartonnen verpakkingsmateriaal of stonden bakken vlees op plaatsen waar water of vocht uit vlees lekte. Bij negen bedrijven werden bij inspecties helemaal geen problemen met kruisbesmetting gevonden.

Volksgezondheid

Een woordvoerder van de NVWA zegt dat de slechtere naleving van de regels "niet direct betekent dat er risico's zijn voor de volksgezondheid". Bedrijven die hun zaken niet op orde hebben, kunnen boetes krijgen en onder verscherpt toezicht worden gesteld.

Qua dierenwelzijn vindt de dienst dat vooral het bedwelmen beter moet gebeuren. Veel overtredingen gaan over het te ruw kantelen van kratten met kippen voordat ze worden bedwelmd. In 72 procent van de gevallen gebeurt dat wel zoals het moet.

Namen van de betrokken bedrijven noemt de NVWA nog niet. Het is de bedoeling dat die informatie vanaf volgend jaar wel openbaar wordt.