De nabestaanden van de twee militairen die in Mali zijn omgekomen door een ondeugdelijke mortiergranaat willen naar de rechter stappen en hebben een advocaat in de arm genomen.

''We gaan volgende week bespreken welke juridische stappen we kunnen nemen en wat de opties zijn. Alles staat nog open, maar dat Defensie in juridische zin aansprakelijk is, staat wel vast'', aldus advocaat Michael Ruperti, de raadsman van beide families vrijdag. Dit weekeinde gaat hij de zaak bestuderen.

Donderdag publiceerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) een kritisch rapport over het fatale ongeluk dat het leven eiste van de militairen Henry Hoving (29) en Kevin Roggeveld (24). Zij kwamen vorig jaar om het leven tijdens een oefening met een 60 mm-mortier toen een granaat ontplofte. Een derde militair raakte zwaargewond.

Geen controle

Volgens de raad was Defensie "ernstig tekort geschoten'' in de zorg voor de veiligheid van de militairen in Mali. De OVV stelt vast dat de granaten ondeugdelijk waren. De projectielen waren in 2006 via het Amerikaanse ministerie onder grote tijdsdruk aangeschaft voor de missie in Afghanistan. Procedures en controles werden achterwege gelaten omdat Defensie dacht dat het Amerikaanse leger de munitie zelf in gebruik had en de veiligheid had gecontroleerd. Dit terwijl in het koopcontract expliciet stond dat dit niet zo was.

De granaten werden ook nog eens opgeslagen in een niet-gekoelde container, waardoor deze aan te hoge temperaturen zijn blootgesteld. Toen de OVV dit jaar naar Mali afreisde om de resterende granaten te onderzoeken, bleken deze er niet meer te zijn. Defensie verklaarde daarna dat de granaten al in het najaar van 2016 waren vernietigd.

'Dood door schuld'

Kees Roggeveld, vader van de omgekomen Kevin Roggeveld, liet donderdag weten verbijsterd te zijn. "Ik heb er geen woorden voor. Dit is dood door schuld". De moeder van Henry Hoving, Greetje Groenbroek zei: "Het steekt dat er bewust voor is gekozen om de jongens met onveilig materiaal op pad te sturen. Daarom is er sprake van grove nalatigheid, ze zijn gewoon vermoord." 

Ook de medische voorzieningen waren onder de maat. In het Togolese hospitaal waar de zwaargewonde militair naartoe was gebracht traden de Togolese artsen volgens de Onderzoeksraad ''weinig doortastend op''. Ook werd geen gestructureerd onderzoek uitgevoerd naar het letsel.

Druk op Hennis neemt toe

De druk op demissionair minister Jeanine Hennis (Defensie) neemt ondertussen toe. De VVD-bewindsvrouw wacht volgende week dinsdag een lastig debat in de Tweede Kamer. Na het verschijnen van het rapport schoot de minister in de verdediging en wilde nog geen politieke verantwoordelijkheid dragen voor het ernstig falen van haar organisatie.

Ze zei liever te willen optreden dan aftreden om herhaling te voorkomen. Het is echter niet de eerste keer dat Defensie te maken heeft met harde conclusies na extern onderzoek naar de veiligheid.

In juni uitte de OVV nog zorgen over de veiligheidscultuur binnen Defensie naar aanleiding van een dodelijk ongeval in Ossendrecht bij een schietoefening vorig jaar. De leiding zou niet op een professionele manier omgegaan zijn met de veiligheid van het personeel.

Ook kwam het ministerie in opspraak doordat Defensiepersoneel is blootgesteld aan de giftige stof Chroom-6. Honderden medewerkers werden hierdoor ziek. Defensie gebruikte de stof in de chroomhoudende verf en lak om straaljagers en ander defensiematerieel tegen roest te beschermen.