Een van de militairen die het slachtoffer was van het ontploffen van een handgranaat in een Nederlands legervoertuig in 2010 in Uruzgan, wil dat het onderzoek naar de explosie wordt heropend.

Dat heeft de advocaat van de veteraan Eric Groenendijk, Sébas Diekstra, vrijdag aan EenVandaag laten weten. Hij houdt een andere militair verantwoordelijk voor het plaatsen van de granaat in de Bushmaster.

In mei van dit jaar besloot het Openbaar Ministerie om het onderzoek naar de ontploffing niet te heropenen. In een door de Koninklijke Marechaussee uitgevoerde analyse kwamen geen nieuwe feiten boven tafel. 

Groenendijk is een zogenaamd artikel 12-procedure gestart bij het militair gererechtshof in Arnhem om alsnog vervolging af te dwingen. 

Verklaring

De militair die verantwoordelijk wordt gehouden, Admilson R., zou in een verklaring tegen zijn broer hebben gezegd schuldig te zijn voor de aanslag. In het onderzoeksrapport van de marechausse staat volgens EenVandaag: "Kort en bondig samengevat verklaart R. over het feit dat hij eerder aan zijn broer Marcos heeft verteld dat hij de bewuste handgranaat heeft gegooid." R. heeft deze verklaring later weer ingetrokken. 

R. is in november 2015 veroordeeld tot dertig jaar cel en tbs voor drie roofmoorden in Drenthe. Het hoger beroep in deze zaak loopt nog. 

Diekstra zegt over de nieuw opgedoken verklaring tegen EenVandaag: "Voor mijn cliënt is de bekentenis een nieuw feit dat tot heropening van de zaak zou kunnen leiden en dat leidt er toe dat we een artikel 12-procedure gaan opstarten. Erik hoopt dat het gerechtshof overgaat tot heropening van de zaak."