De verdachte van de moord in 1990 op Miriam Sharon in Den Haag, blijft vastzitten. De rechtbank wees vrijdag een verzoek af van zijn advocaat om de voorlopige hechtenis op te heffen.

De verdachte, de 53-jarige Daniël E. uit Israël, zit al een jaar vast in deze cold case. Zijn advocaat Pim Scholte vindt dat volstrekt onacceptabel, omdat er volgens hem geen enkel bewijs is voor moord met voorbedachten rade.

Moord is de beschuldiging van het Openbaar Ministerie (OM) en niet de juridisch minder zware doodslag, omdat die is verjaard en dus niet meer te vervolgen. Moord verjaart nooit. De rechtbank ziet nog wel ernstige gronden om E. vast te houden, zeker ook omdat zijn proces bijna begint, op 30 oktober.

Het stoffelijk overschot van Sharon wordt begin september opgegraven in Israël, haar thuisland. Justitie hoopt dat onder haar nagels nog DNA te vinden is van haar moordenaar.

Moeder

Sharon, moeder van twee jonge kinderen, werd op 8 oktober 1990 in haar huis in Den Haag op gruwelijke wijze vermoord. Haar dochtertje lag toen thuis te slapen. In de zomer van 2016 werd E. in Amsterdam aangehouden in verband met haar dood. Een motief is altijd onduidelijk gebleven.

Zoals aangekondigd wordt het stoffelijk overschot van Sharon, dat in haar thuisland Israël is, opgegraven om te onderzoeken of er nog DNA van haar moordenaar onder haar vingernagels zit. Dat gebeurt begin september in het bijzijn van Nederlandse onderzoekers.

Peuk

Advocaat Scholte hekelde de aanpak van het OM. Ruim 26 jaar geleden was zijn cliënt ook al verdachte samen met iemand anders die nu overleden is. Dat onderzoek leidde nergens toe. Nu is er DNA van hem gevonden op een peuk en een schaartje maar dat kan volgens Scholte nooit leiden tot bewijs voor moord. Ook bestaan niet alle opnamen van oude verhoren meer of zijn ze niet goed af te luisteren. Hij noemt de vervolging een prestigezaak voor politie en justitie.