De politie wil met een nieuwe aanpak het aantal plofkraken gaan terugdringen. Verdachten van ram- en plofkraken zullen voortdurend in de gaten worden gehouden. De nieuwe proef start in Amsterdam, Utrecht en Rotterdam.
 

Dat schrijft het AD woensdag. De nieuwe proef moet nog dit jaar starten.

"We moeten ze meer op de hielen zitten, want nu trekken ze zich niets van ons aan", zegt Jos van der Stap van het plofkraakteam van de Nationale Politie tegen de krant.

Dit betekent dat niet alleen de verdachten, maar ook hun familieleden in de gaten worden gehouden. De politie ziet nog te vaak dat jongere broertjes het criminele pad van hun broers volgen. Door ze op jonge leeftijd aan te spreken hopen ze te voorkomen dat ze in de criminaliteit belanden.

De aanpak van de verdachten is noodzakelijk omdat ze niet alleen betrokken zouden zijn bij ram- en plofkraken, maar ook bij drugshandel en mogelijk zelfs liquidaties. 

Geldstromen

Tijdens de proef gaat de politie samenwerken met de gemeenten en de Belastingdienst, met als doel geldstromen van criminelen in kaart te brengen en af te pakken. 

De politie zou zo'n driehonderd verdachten van ram- en plofkraken op het oog hebben, waarvan het merendeel in de regio's Amsterdam en Utrecht woont. Dinsdag werd in Utrecht urenlang gezocht naar mogelijke plofkrakers die met hun auto na een lange achtervolging vanuit Duitsland waren gecrasht in de stad.

Audi-bende

Het westen van Duitsland wordt al tijden geteisterd door de zogenoemde Audi-bende. Dat zijn criminelen uit Utrecht die net over de grens plof- en ramkraken van geldautomaten plegen en daarna met snelle gestolen auto's - vaak Audi's - op de vlucht slaan. Vorige week gebeurde dat nog in de buurt van Aken. Het is onduidelijk of de verdachten tot deze groep behoren.

De inbrekers wijken uit naar Duitsland, omdat de geldautomaten in Nederland beter beveiligd zijn. In Nederland neemt het aantal plofkraken sterk af, meldde de Nederlandse Vereniging van Banken vorig week nog. In de eerste helft van dit jaar ging het om een daling van 40 procent in vergelijking met de tweede helft van 2016.