Werkplezier recherche lijdt onder papierwinkel en werkdruk

Het werkplezier van medewerkers van de recherche lijdt onder de papierwinkel en werkdruk die hun werk als agent bij de opsporing met zich meebrengt. Dat blijkt uit een medewerkersmonitor gehouden onder de recherche.

In totaal werden 10.806 medewerkers van de recherche uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek (pdf). Daarvan vulden 6.365 agenten de vragenlijst in. Het doel was om de psychosociale arbeidsbelasting binnen het korps in kaart te brengen.

Uit de resultaten blijkt dat 12 procent van de agenten veel werkplezier beleeft. Dat is iets meer dan de helft van het landelijk gemiddelde onder de Nederlandse beroepsbevolking. 35 procent zegt weinig werkplezier te ervaren. In Nederland ligt dat gemiddelde op 22 procent.

Politiechef

Hier staat tegenover dat de werksfeer een zeven krijgt. Paul van Musscher, politiechef van de eenheid Den Haag, zegt in een interview met NU.nl: "12 procent is ook laag in vergelijking met het landelijk gemiddelde. Gelukkig zeggen ze ook: ik ben trots op mijn werk."

"De relatie tussen agenten en leidinggevenden wordt ook gewaardeerd met een zeven", aldus Van Musscher.

Het is de eerste medewerkersmonitor bij de recherche sinds de overstap naar de Nationale Politie in 2013 en is dan ook een nulmeting. Wel werd er in 2016 al een medewerkersonderzoek (pdf) gehouden bij de basisteams van de politie (de agenten op straat) en het team infrastructuur van de Landelijke Eenheid. Ook daar lag het percentage dat veel werkplezier ervoer laag: 14 procent. 31 procent ervoer weinig werkplezier.

Het onderzoek werd uitgevoerd in april en mei van dit jaar onder alle medewerkers van de Dienst Landelijke Recherche en de Dienst Regionale Recherche en Districtsrecherche.

Werkdruk

De werkdruk die rechercheurs ervaren is van invloed op het werkplezier. 29 procent van de medewerkers zegt vaak te veel werk te hebben, 16 procent heeft dit altijd. 27 procent van de medewerkers moet regelmatig en 21 procent moet vaak, extra hard werken om dingen af te krijgen. Dit heeft ook gevolgen voor de werk-privé balans. 55 procent zegt soms moeilijk aan hun verplichtingen thuis te kunnen voldoen omdat ze met hun gedachten nog bij het werk zijn of als gevolg van de werktijden.

"Dat herkennen we wel", zegt Van Musscher. "Deze mensen zijn enorm betrokken bij hun werk en bijten zich in zo'n zaak vast. Als je zo'n zaak wilt oplossen, dan gaat dat wel eens ten koste van je werk en privé. We zijn ons bewust van het mentaal en fysiek belastende werk dat de collega's uitvoeren. Daar moet je ze ook tegen beschermen, maar je moet ze ook niet vlak voor de oplossing van een zaak van het onderzoek afhalen. Dat levert alleen maar meer stress op."

Terrorisme

"Medewerkers bij de opsporing zitten vaak langdurig op een onderzoek van ingrijpende zaken", vult Coen Hoefnagel, hoofd van de Dienst Regionale Recherche Den Haag, aan. "Als het gaat om terrorisme, over kinderporno, zedenzaken of liquidaties, zien we wat voor een impact dat heeft. Veel onderdelen van de recherche krijgen elk jaar een medische check-up of voeren een verplicht gesprek met een psycholoog."

"We zien bij rechercheurs die zich bezighouden met terrorisme dat ze helemaal worden opgezogen door hun werk. Daar moet je als werkgever echt scherp op zijn, want dat is echt risicovol. Op een gegeven moment kan je dat psychisch niet meer verwerken. Dan moet je als rechercheur op tijd afstand kunnen nemen van het werk.

"Je moet je afvragen of het goed is om twintig jaar hetzelfde specialisme te doen. Moet je wel tien jaar lang naar kinderporno kijken? Maar niet iedereen is hetzelfde. Dit moet je heel specifiek per team of zelfs individueel bespreken."

Bureaucratie

Uit de resulaten van de medewerkersmonitor blijkt dat rechercheurs zich vooral storen aan de bureaucratie en die papierwinkel die daarbij komt kijken. 90 procent zegt dat er voor alles en nog wat een formulier moet worden ingevuld. Een meerderheid laat weten dat er niet of nauwelijks de mogelijkheid is om iets op een informele manier te regelen.

Hoefnagel snapt dat gevoel. "Als ik met rechercheurs spreek, geven ze aan 'laat me nou gewoon mijn ding doen en me niet druk maken over cijfers'", legt hij uit. "Begrijpelijk, maar aan de andere kant is het noodzakelijk om ons te legitimeren tegenover de maatschappij. We moeten ons verantwoorden." Waar volgens Hoefnagel nog wel wat te winnen valt is verdere digitalisering: "Maar daar zijn we nog niet."

In de toekomst zouden agenten bijvoorbeeld een iPad kunnen gebruiken om aanvragen in te dienen. 

Serieus verhaal

"We hebben eerder geprobeerd om de administratieve belasting te verlagen, maar als 90 procent zegt: 'we moeten de hele tijd papieren invullen om wat voor elkaar te krijgen', dan vind ik dat een serieus verhaal", voegt Van Musscher toe. "Dat moeten we echt gaan uitdiepen, dan kan je efficiëntie en werkplezier drastisch verhogen.

De resultaten van de medewerkersmonitor zijn niet per eenheid hetzelfde en zullen in de komende periode worden besproken met hun leidinggevenden. De politie is als werkgever verplicht met de resultaten aan de slag te gaan en zal de monitor om de drie of vier jaar periodiek herhalen.

Lees meer over:
Tip de redactie