Volgens OM niks mis met inzet undercoveragenten in zaak diamantroof

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft bij de inzet van undercoveragenten in het onderzoek naar de geruchtmakende diamantroof op Schiphol in 2005 op een correcte manier gebruikgemaakt van ''een bevoegdheid die de wet ons geeft". 

Tot de actie werd besloten bij gebrek aan forensisch bewijs ''en omdat de waarheid in de zaak boven tafel moet komen", aldus de officier van justitie woensdag tijdens de eerste, niet-inhoudelijke procesdag in de zaak.

Zij reageerde daarmee op de scherpe kritiek die de advocaten in de zaak eerder op de dag uitten op de inzet van de undercovers. Die zou oncontroleerbaar en niet toetsbaar zijn geweest. In de zaak werden in januari, bijna twaalf jaar na de roof, zeven verdachten aangehouden. Vijf van hen zitten nog vast en werden woensdag voorgeleid aan de rechtbank.

Drie van hen werden in de periode kort na de diamantroof ook al gearresteerd, maar gingen bij gebrek aan bewijs vrijuit. De twee anderen waren destijds niet in beeld. Zij werkten op Schiphol en zouden van binnenuit hulp hebben verleend bij de roof, waarbij voor ruim 65 miljoen euro aan diamanten werd buitgemaakt. Een groot deel is nooit teruggevonden.

Telefoongesprek

De beide mannen kwamen in beeld nadat de politie Midden-Nederland in een onderzoek naar ramkraken een telefoongesprek tapte tussen een van de verdachten in die zaak en Erik P. (52), die in 2005 al in beeld was. Hij zei dingen die de agenten in verband brachten met de diamantroof.

In het onderzoek dat daarna op gang kwam, zette het OM undercoveragenten in van de politie-eenheid WOD (Werken Onder Dekmantel). Een van de verdachten heeft tegenover undercoveragenten verklaard over zijn betrokkenheid bij de roof. 

Volgens advocaat Inez Weski, die een van de hoofdverdachten August B. verdedigt, zijn er bij de undercoveractie ''grenzen overschreden", onder meer door een van de vijf verdachten in de zaak aan te zetten tot criminele activiteiten en hem daarmee vervolgens onder de druk te zetten om verklaringen af te leggen. ''Ik vraag u dit materiaal te negeren ", zei zij tegen de rechtbank.

Vrijlating

Weski vroeg net als haar vier collega's om vrijlating van haar cliënt, een verzoek waartegen de officier van justitie zich fel verzette. De rechtbank laat donderdag weten of de vijf vrijkomen.

Het proces gaat 20 juli verder.

Lees meer over:
Tip de redactie