Steeds minder mensen worden op last van justitie gegijzeld als ze openstaande boetes niet kunnen betalen.

In 2014 werden nog 200.000 vorderingen tot gijzeling ingediend, tussen juli 2015 en december 2016 waren er dat nog maar 784. Dat concludeert de Ombudsman Reinier van Zutphen een jaar na publicatie van zijn rapport Gegijzeld door het systeem.

De Ombudsman is tevreden met het geboekte resultaat maar schrijft in een brief aan staatssecretaris Klaas Dijkhoff dat er nog verbeterpunten zijn en dat hij de zaak met aandacht blijft volgen. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) - dat gaat over de inning van boetes - kijkt beter naar de persoon achter de boete, treft vaker betalingsregelingen en heeft een aantal projecten gestart om eerder met mensen in contact te komen.

''Maar de telefonische dienstverlening kan nog beter en de onderbouwing van de vorderingen om iemand te gijzelen is volgens rechters nog niet altijd voldoende'', aldus Van Zutphen.

In hechtenis

Mensen die een boete niet betalen, kunnen na een verzoek van een officier van justitie en een beslissing van de rechter in hechtenis worden genomen. Mensen kunnen daarmee gedwongen worden het openstaande bedrag te voldoen. Gijzeling is een dwangmiddel en vervangt niet de geldboete. De geldboete moet, inclusief de eventuele verhogingen, nog steeds worden betaald na gijzeling.

Tussen juli 2015 en december 2016 behandelden kantonrechters volgens cijfers van het ministerie van Justitie, die Van Zutphen aanhaalt in zijn brief, 435 van de 784 verzoeken. Van die zaken werden er 222 door de rechter afgewezen. In 213 gevallen werd gijzeling toegewezen.