Scholen in Nederland moeten hun burgerschapsonderwijs sterk verbeteren. Volgens de Inspectie van het Onderwijs gaat het al langere tijd niet goed met de pogingen om scholieren bij te spijkeren over typisch Nederlandse waarden en normen.

Scholen zijn verplicht aandacht te geven aan burgerschap, maar doen dat weinig doelgericht, stelt de inspectie.

Zo vertonen de activiteiten weinig verband, is er geen planmatige aanpak en formuleren scholen niet wat ze leerlingen willen leren.

De inspectie pleit voor maatregelen. In de onderwijswetten staat dat scholen aandacht moeten besteden aan actief burgerschap en sociale integratie en diversiteit.

Van goede wil

De inspectie concludeert dat scholen van goede wil zijn maar er niet goed in slagen burgerschapsonderwijs vorm te geven omdat de wettelijke opdracht vaag is.

Staatssecretaris Sander Dekker wil dat scholen meer houvast krijgen bij het geven van dergelijk onderwijs. ''Scholen worstelen met dit soort onderwijs. Ze hebben behoefte aan meer houvast en duidelijkheid. Daarom gaan we in de wet vastleggen dat leraren in de klas aandacht moeten geven aan onze kernwaarden."

Tegenstellingen

Volgens Dekker is het vanwege toenemende tegenstellingen in de maatschappij belangrijker dan ooit om ''glashelder te zijn'' over wat Nederlandse kernwaarden zijn.

''Wat de norm is en waarom vrijheid, verantwoordelijkheid en verdraagzaamheid zo’n centrale plaats innemen in onze samenleving. Waarden die ons als Nederlanders met elkaar verbinden.''

'Aparte wet niet nodig'

Scholen willen in gesprek over verbetering van het burgerschapsonderwijs, laten PO-Raad en VO-Raad weten. Zij vinden een aparte wet hiervoor echter niet nodig.

''Het is een complex thema voor scholen om daar invulling aan te geven. Maar het heeft geen zin dat via langdurige wetgevingstrajecten te gaan regelen'', aldus de sectororganisaties voor het primair en voortgezet onderwijs.