De Nederlandse politie heeft de Belgische collega's om hulp gevraagd in de zaak van de vermoorde Erik van den Boogaart. Het lichaam van de 55-jarige man uit Spijkenisse werd in november gevonden in een kanaal bij het Zeeuwse dorp Rilland.

Het lichaam van Van den Boogaart werd gedumpt in het water en op 11 november aangetroffen In het Schelde-Rijnkanaal bij het Zeeuwse dorp Rilland door de bemanning van een boot van Rijkswaterstaat.

De man werd op dat moment bijna vier maanden vermist. Zijn lichaam was verpakt in een blauw dekzijl en had meerdere schotwonden.

De Belgische politie vraagt woensdag om informatie omdat Van den Boogaart vaak in een hotel in Antwerpen verbleef. Zo was hij van 12 tot 15 juni 2016 samen met zijn vrouw in de Belgische stad. Ze reden in een geleende Hyundai Santa Fé die in oktober verlaten werd teruggevonden in de Sint-Janshaven in Rotterdam.

Van den Boogaart vertrok op 15 juni alleen naar een onbekende bestemming en keert niet meer terug. Zijn vrouw gaf hem uiteindelijk 18 juli als vermist op. 

De auto werd op 19 oktober teruggevonden in de Sint-Janshaven in Rotterdam. Volgens de Nederlandse politie moet de auto er een tijd hebben gestaan.

Geld

Van den Boogaart werkte sinds begin jaren negentig als voorman bij een bedrijf in de Rotterdamse haven dat bulkgoederen opslaat en transporteert.  In het voorjaar van 2015 belandde hij in de ziektewet, maar was nauwelijks thuis, zonder dat iemand weet waar hij is.

Opvallend is dat hij grote bedragen cash geld op zak had en alles contant afrekende. In 2016 kocht hij voor bijna 70.000 euro aan sieraden in Antwerpen.

Drugs

Uit het politieonderzoek blijkt dat Van den Boogaart zich waarschijnlijk met illegale praktijken heeft ingelaten, vermoedelijk met drugs. De politie gaat er vanuit dat hij ergens na woensdag 15 juni om het leven is gebracht. Het lichaam lag al zeker drie maanden in het water en werd gevonden bij de Bathsebrug bij Rilland.