De rechtbank in Den Haag heeft woensdag bepaald dat mariniers die betrokken waren bij de bestorming van de gekaapte trein bij De Punt in 1977 gehoord moeten worden als getuigen.

De rechtbank zegt op dit moment onvoldoende gegevens te hebben om een oordeel te vellen over de vraag of twee treinkapers opzettelijk zijn gedood door mariniers. Daarvoor moeten onder meer betrokken mariniers worden gehoord, concludeert de rechtbank.

"De resultaten uit de autopsierapporten en het rapport van deskundigen zijn hiervoor ontoereikend. Het wreekt zich dat de Staat de mariniers nooit eerder een officiële verklaring heeft laten afleggen", aldus de rechtbank. "Dit had volgens de rechtbank direct na de beëindiging van de kaping moeten gebeuren."

De rechtbank wil in ieder geval de mariniers uit de zogenoemde aanvalsgroepen 2 en 5 als getuigen horen. Dat gebeurt anoniem.

Het beroep van de Staat op verjaring noemt de rechtbank "onaanvaardbaar, omdat de Staat er zelf aan heeft bijgedragen dat eisers binnen de verjaringstermijn geen enkele aanwijzing hadden dat de Staat mogelijk aansprakelijk gehouden zou kunnen worden voor de dood van de twee kapers."

Geëxecuteerd

Nederland was in 1977 bijna drie weken in de ban van de kaping van de trein van Assen naar Groningen. Na vruchteloze onderhandelingen eindigde de kaping met een grote bevrijdingsactie. Zes daders en twee gegijzelden kwamen om.

De Molukse treinkaping kwam voort uit onvrede over het uitblijven van een onafhankelijke Molukse staat, zoals de Nederlandse staat in 1952 beloofde toen een groot deel van de inwoners van de Zuid-Molukken naar Nederland kwam.

Toen de kaping na negentien dagen werd beëindigd, werden de twee kapers door mariniers gedood. Volgens nabestaanden zijn Max Papilaja en Hansina Uktolseja geëxecuteerd.

Weerloos

Volgens de advocaat van de nabestaanden, Liesbeth Zegveld, zijn de man en de vrouw van dichtbij doodgeschoten, terwijl ze zwaargewond en weerloos waren. Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat eerder uitgebreid onderzoek deed, is er geen overmatig geweld gebruikt en was de operatie volkomen rechtmatig.

Maar volgens Zegveld zou vooraf de wens zijn uitgesproken dat de kapers de bevrijdingsoperatie niet zouden overleven. Een betrokken marinier heeft onlangs via zijn advocaat verklaard dat een functionaris speciaal vanuit Den Haag was gekomen met die boodschap.

Schadevergoeding

Nabestaanden van de twee eisen een schadevergoeding van enkele duizenden euro's van de Staat. Ze zijn opgelucht dat er nu nader onderzoek wordt gedaan.

Zegveld zegt dat nabestaanden van de Molukse kapers een compensatie willen voor de inkomsten die ze zijn misgelopen.

De moeder van kaper Papilaja eist 20.000 euro, de broers van Uktolseja 17.500 euro. Beiden droegen vóór hun dood volgens Moluks gebruik een deel van hun salaris af aan het gezin.