'Huidig systeem voor inburgering faalt'

Het marktsysteem voor inburgeren is niet succesvol. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een rapport dat dinsdag verschijnt. 

In het rapport staat dat slechts een derde van de asielmigranten binnen drie jaar slaagt voor de inburgeringstoets. Bovendien wordt op lager niveau examen gedaan dan voorheen.

In 2013 besloot de overheid dat het de eigen verantwoordelijkheid van de migrant is om binnen drie jaar te slagen voor het inburgeringsexamen. Daarvoor waren gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van nieuwkomers. 

Het marktsysteem houdt ook in dat migranten die de cursus zelf niet kunnen betalen een lening mogen afsluiten van maximaal tienduizend euro. Daarmee kan de inburgeraar taallessen inkopen. 

Wirwar

Het probleem is dat juist nieuwkomers die de taal nog niet spreken nauwelijks in staat blijken zelf hun weg te vinden in de wirwar van cursussen, constateert de Rekenkamer.  

De website van het keurmerk Blik op Werk, dat zou moeten waken over de kwaliteit van het inburgeringsaanbod, is grotendeels op het Nederlands gestoeld. "Daar is nog een wereld te winnen", stelt Kees Vendrik, collegelid van de Algemene Rekenkamer.

Slagingspercentage

In het rapport 'Inburgering - de eerste resultaten van de Wet inburgering 2013' staat dat het slagingspercentage van de asielzoekers die halverwege 2016 hun examen gehaald moesten hebben, 33 procent is.

De helft van de 5.415 asielzoekers die in de eerste helft van 2013 moesten inburgeren, lukte het niet om te slagen binnen drie jaar. Een derde haalde het examen wel binnen de gestelde tijd, de rest kreeg vrijstelling of ontheffing.

Boete

"De resultaten van de inburgeringswet uit 2013 vallen tegen", zegt Vendrik. Dat komt vooral doordat ook het aantal inburgeraars dat een hoger niveau haalde dan het verplichte niveau van de cursus, terugliep. In de jaren 2007-2012 deden 20 procent van de inburgeraars examen op een hoger niveau, sinds 2013 is dit 2 procent. 

Als het lukt om binnen drie jaar het basisniveau examen te halen wordt de lening voor asielmigranten omgezet in een gift. Zo niet, dan dient de migrant de lening terug te betalen. "Het kan zijn dat mensen daardoor meer hun best doen. Het kan ook zijn dat ze het hogere niveau mijden om een boete te ontlopen."

Stijging

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) schreef eerder in een brief aan de Tweede Kamer dat het percentage geslaagden steeg van 32 naar 49 procent. Toch uitte hij ook zijn zorgen over de marktwerking, de eigen verantwoordelijkheid van de migranten en de resultaatverplichting. 

In het rapport staat dat Asscher voorstelt gemeentes een meer adviserende rol te geven, de immigrant een extra stimulans te geven om het staatsexamen te doen en meer documenten te vertalen voor onder meer de website van Blik op Werk.

"De constateringen die de minister doet en de aanpassingen die hij vervolgens aankondigt zijn in lijn met de conclusies van ons onderzoek", staat te lezen in het rapport van de Rekenkamer.

'Integratieramp'

D66 laat echter geen spaan heel van de minister. "Asscher faalt in zijn integratiebeleid", stelt D66-Kamerlid Paul van Meenen. "Hij heeft niets gedaan om de integratie van nieuwkomers te bevorderen. Een integratieramp ligt daarmee op de loer."

Volgens Van Meenen is het niet geloofwaardig dat Asscher pas aan het eind van zijn regeertermijn ingrijpt.

Asscher laat weten het eens te zijn met de conclusies van de Rekenkamer. Wel benadrukt hij dat hij vorig jaar al maatregelen heeft genomen om de inburgering te verbeteren.

"Zo krijgen de gemeenten meer regie en meer betrokkenheid bij de lokale inburgeraars en komt er streng toezicht op de inburgeringsbureaus en de kwaliteit van hun lessen", aldus Asscher.

"Het is voor iedereen in Nederland van groot belang dat nieuwkomers snel een plek vinden in onze samenleving. De inburgering is daar een cruciaal startpunt voor."

Tip de redactie