Het Fonds Slachtofferhulp vindt dat mensen die een ernstig ongeluk veroorzaken door roekeloos rijden veel zwaarder moeten worden gestraft. Uit een onderzoek van de universiteit Tilburg in opdracht van het fonds blijkt dat rechters deze verdachten steeds minder vaak veroordelen voor dit rijgedrag. 

Slachtofferhulp wil daarom dat de wet wordt aangepast zodat deze verkeersdeelnemers niet onder hun straf uit kunnen komen.

Veel mensen vinden de straf te laag als ze slachtoffer worden van een automobilist die veel te hard rijdt of in beschonken toestand achter het stuur zit.

''Het onderzoek bevestigt de signalen die wij kregen van veel slachtoffers. Het is zorgelijk dat de rechters de mogelijkheden in de wet niet gebruiken om strenger te straffen. Het is mooi dat het onderzoeksrapport een advies geeft over hoe de wet kan worden veranderd om in de toekomst bij verkeersmisdrijven wel strenger te gaan straffen'', aldus directeur Ineke Sybesma op de website van het fonds.

Handvatten

De rechters hebben volgens het onderzoek nu vaak te weinig handvatten om verdachten zwaar te straffen. In de wet moet daarom een artikel worden opgenomen waarin het veroorzaken van het gevaar in het verkeer strafbaar wordt gesteld. Dit is eenvoudiger te bewijzen dan doodslag en roekeloosheid, aldus het onderzoek.

Ook pleit het fonds voor een gestructureerd reclasseringssysteem. ''Slachtoffers willen naast een straf vooral dat een ander niet datgene overkomt wat met henzelf is gebeurd'', zegt Sybesma.

Strafrechters

Strafrechters zeggen het beeld te herkennen dat de Hoge Raad strenge criteria hanteert voor een veroordeling voor roekeloos rijden (de ernstigste vorm van schuld). Volgens de Raad voor de rechtsspraak worden hierdoor maar weinig mensen veroordeeld.

"Dat leidt binnen de rechterlijke macht tot de discussie of de Hoge Raad hier niet te streng is. Rechters kunnen hier echter niks aan veranderen, dat is aan de Hoge Raad of de wetgever", aldus de raad.