Voormalig topman Hubert Möllenkamp (67) van woningcorporatie Rochdale houdt woensdag in hoger beroep bij het gerechtshof in Amsterdam vol wat hij steeds heeft verkondigd: ''Ik heb nooit steekpenningen aangenomen."

Möllenkamp vindt wel dat het achteraf gezien ''verkeerd" en ''onhandig" was dat hij giften aannam van zakelijke relaties. Ook heeft hij zich ''onvoldoende" gerealiseerd ''dat er integriteitsvraagstukken aan vastzaten". 

De rechtbank veroordeelde Möllenkamp eind 2015 tot 2,5 jaar celstraf voor verduistering, oplichting, belastingfraude en witwassen. Hij liet zich volgens de rechtbank omkopen door smeergeld aan te nemen en maakte daarbij misbruik van de afhankelijke positie van leveranciers.

Möllenkamp werd door zijn optreden symbool van de misstanden bij woningcorporaties. De dure auto waarin hij op kosten van zijn werkgever reed en zijn levensstijl leverden hem bijnamen als de 'Maseratiman' en de 'Zonnekoning' op.

Strenge regels

Het hof confronteerde Möllenkamp woensdag onder meer met de strenge regels die hij intern uitvaardigde voor het omgaan met relatief onschuldige giften zoals kerstpakketten en de soepele wijze waarop hij die zelf hanteerde. ''Terugkijkend had ik dingen anders moeten doen, zaken domweg bij mijn commissarissen moeten melden", zei hij.

Woensdagmiddag ruimt het hof tijd in voor het getuigenverhoor van Tweede-Kamerlid Roland van Vliet. Hij was voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties, waar Möllenkamp in 2014 verklaarde nooit geld of steekpenningen te hebben aangenomen. Dat leverde hem in 2015 ook een veroordeling voor meineed op. Advocaat Willem Koops wil Van Vliet onder meer aan de tand voelen over de manier waarop Möllenkamp destijds is ondervraagd.