Het Openbaar Ministerie moet volledige openheid geven aan de rechter-commissaris over de contacten tussen de criminele inlichtingendienst van de politie (TCI) en de informant die naam Paul heeft kregen in de zaak van de douanier Gerrit G. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam dinsdag beslist.

Aanvankelijk werd Paul door de TCI ingezet als informant in de zaak van de douanier en hem een duur appartement ter beschikking gesteld, maar in oktober is hij als onbetrouwbaar bestempeld. De rechter-commissaris moet voor 1 februari verslag doen van zijn bevindingen.

Paul was naar eigen zeggen onderdeel van een drugskartel in de Colombiaanse stad Medellin. Hij zou de opnames hebben gemaakt waarop te horen zou zijn hoe de verdachte douanier Gerrit G. tijdens zijn invrijheidstelling doorging met zijn criminele activiteiten. Paul deed dit naar eigen zeggen in opdracht van het OM.

De informant zou daarnaast hebben laten weten dat er containers met cocaïne opzettelijk zijn doorgelaten. Het OM ontkent dit. 

De rechtbank wil dat er onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheid om Paul als getuige te horen. 

Verder heeft de rechtbank het OM opgedragen aanvullende informatie te verschaffen over een Belgisch strafdossier over de vondst van 300 kilo cocaïne in 2013. Hieruit moet blijken of het OM op de hoogte was van het transport. De verdediging zegt van wel, het OM ontkent dit.

Vastzitten

De van corruptie verdachte douanier G. (56) uit Kwintsheul blijft voorlopig vastzitten wegens het gevaar voor herhaling. De douanier komt niet vrij omdat hij tegenover de rechtbank heeft toegegeven dat hij bereid was in ruil voor 25.000 euro opnieuw gevoelige informatie te verstrekken over de werkwijze van de douane in het Rotterdamse havengebied.

Tegen de man is door het Openbaar Ministerie zestien jaar gevangenisstraf geëist wegens het doorlaten van containers met cocaïne. Daarvoor zou hij miljoenen euro's hebben ontvangen.

Het horen van de maker van uitgelekte gesprekken met de verdachte douanier, een politie-informant woonachtig in Colombia met de schuilnaam Paul, lijkt volgens de rechtbank binnen een redelijke termijn niet mogelijk te zijn.

De zaak gaat verder in februari 2017.