Door lozingen van chemiefabriek Chemours (voorheen DuPont) in Dordrecht is er tientallen jaren een verhoogde concentratie van de stof perfluoroctaanzuur (PFOA ofwel C8) in de rivieren geweest.

Maar volgens onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is er geen enkel moment een risico voor de volksgezondheid geweest.

Dat heeft staatssecretaris Sharon Dijksma (Infrastructuur en Milieu) woensdag aan de Tweede Kamer gemeld. Door de lozingen zijn er ongeveer veertig jaar lang concentraties PFOA aanwezig geweest in de Lek, Noord en Nieuwe Maas "die hoger zijn dan de concentratie die nu wordt aangetroffen", aldus Dijksma.

Een definitief oordeel geeft het RIVM niet, want het kon één stof die vrijkomt tijdens de productie (E1) in de GenX-fabriek, niet volledig beoordelen. Daarom kondigde Dijksma nader onderzoek aan. 

Provincie

De provincie Zuid-Holland wil daar niet op wachten. Het wil de uitstoot van stoffen die DuPont gebruikte bij de GenX-technologie in Dordrecht zo snel mogelijk beperken. Om ieder risico uit te sluiten, worden de voorwaarden in de vergunningen aangescherpt waardoor de uitstoot vanaf maart 2017 omlaag kan. 

Volgens de woordvoerder van de provincie wil ook het bedrijf de uitstoot verminderen, maar gaat dat voorstel nu nog minder ver dan de provinciale plannen.

GenX-techniek

De GenX-techniek wordt tegenwoordig door de fabriek gebruikt als vervanging van de giftige stof perfluoroctaanzuur (PFOA ofwel C8). Uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat door lozingen van PFOA door Chemours er tientallen jaren een verhoogde concentratie van deze stof in de rivieren geweest.

De piek van de lozingen lag tussen 2000 en 2010. Toen waren de concentraties wel hoger dan verantwoord geacht in waterwinlocaties. Door goede zuivering is er niet te veel in het drinkwater gekomen. Aan de lozingen is een einde gekomen, wel is er nog sprake van een na-ijleffect.