Limburgers moeten alerter zijn op hoogwater

Mensen die wonen in gebieden langs de Maas die kunnen overstromen, doen te weinig om zich daar op voor te bereiden.

Acht van tien woningeigenaren zijn niet van plan aanpassingen te doen aan de eigen woning om beter beschermd te zijn tegen hoog water. Bijna niemand maakt zich zorgen over mogelijke overstromingen. Ten onrechte, aldus Rijkswaterstaat (RWS).

"Mensen moeten alert blijven: de zeespiegel stijgt, de bodem daalt en we krijgen steeds meer te maken met heftige regen en hogere rivierwaterstanden", zei Eric Smulders van RWS woensdag. Smulders zei dat naar aanleiding van recent onderzoek in opdracht van het project Maaswerken RWS onder vijfhonderd bewoners langs de Maas.

De bewoners in de overstromingsgebieden geven het rapportcijfer 8,1 voor hun waterveiligheid. Vier op de vijf ondervraagden hebben al eens een overstroming meegemaakt, maar slechts één op vijf nam maatregelen. Daarbij gaat het om wonen op eerste etage, het hoger plaatsen van stopcontacten en het aanschaffen van een pomp. Maar ook geen vaste vloerbedekking aanleggen, en geen elektrische apparaten in de kelder plaatsen.

"Een overstroming is echter helaas nooit uit te sluiten", aldus Smulders. "Driekwart vindt dat er de komende 50 jaar nieuwe maatregelen tegen overstromingen genomen moeten worden", zegt hij. Toch wil de helft daaraan niet meebetalen.

Rijkswaterstaat presenteerde de onderzoeksresultaten rond de oplevering van het project Zandmaas, de verruiming van de Maas tussen Roosteren en Den Bosch. Over een lengte van 222 kilometer werkte de dienst aan 52 plekken aan de Maas om overstromingen te voorkomen. Daarbij is 1600 hectare nieuwe natuur tot stand gekomen.

Het project begon in 2005 en bestond uit onder meer verdiepen en verbreden van de rivier en de aanleg van hoogwatergeulen en opvangbekkens. Daarbij werd zo’n 20 miljoen kuub grond verplaatst. Het Zandmaasproject kostte 204 miljoen euro. Het versterken van dijken en kaden gaat nog tot 2024 door.

Lees meer over:
Tip de redactie