Kustwacht schiet tekort bij verlenen medische noodhulp op Noordzee

De medische hulpverlening van de Kustwacht op de Noordzee schiet tekort. Dat leidt ertoe dat mensen niet altijd effectieve, veilige en tijdige zorg krijgen.

De Kustwacht heeft van de overheid een te beperkte opdracht gekregen en is daardoor niet berekend op haar taak om spoedeisende medische hulpverlening op de Noordzee te organiseren.

Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een donderdag gepubliceerd rapport. Aanleiding voor het onderzoek is een duikongeval op de Noordzee op 11 juli 2015, waarbij een duikster onwel werd en uiteindelijk overleed.

De Raad heeft gekeken hoe de spoedeisende medische hulp op zee is georganiseerd, omdat de OVV tijdens eerdere onderzoeken ook is geconfronteerd met problemen bij hulpverleningsacties op zee.

Vijf ministeries

De Kustwacht wordt bestuurd door vijf ministeries, onder coördinatie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. ''In opdracht van deze ministeries voert de Kustwacht vijftien zeer diverse taken uit, waarvan medische hulpverlening er één is. De aansturing daarvan gebeurt echter niet op basis van de uitgangspunten die de overheid hanteert voor zorg op land, namelijk dat zorg effectief, veilig en tijdig moet zijn'', concludeert de OVV.

Bij incidenten op de Noordzee is het de taak van de Kustwacht om de hulpverlening te coördineren en de acties van de afzonderlijke hulpdiensten, zoals reddingsboten, reddingshelikopters en de Radio Medische Dienst op elkaar af te stemmen. De Radio Medische Dienst gaf in 2014 847 adviezen, dat aantal loopt al enkele jaren op. De meeste meldingen komen van de zeescheepvaart. 

Noodsituaties

De OVV: ''Bij spoedeisende medische hulpverlening is deze rol in de praktijk vergelijkbaar met een meldkamer ambulancezorg, maar de Kustwacht is daar niet goed op toegerust. Zo zijn de centralisten van het Kustwachtcentrum niet opgeleid om medische noodsituaties te beoordelen.''

Het Kustwachtcentrum krijgt jaarlijks gemiddeld driehonderd meldingen, waarna zij hulp in gang moeten zetten. Tussen 2011 en 2014 werden er tussen de 75 en 104 medische evacuaties uitgevoerd, die waren niet allen spoedeisend.

De Raad constateert dat de Kustwacht geen mogelijkheid heeft gehad om haar coördinerende taak goed uit te kunnen voeren. "Investeringen in mensen, middelen en de benodigde technische infrastructuur blijven uit. Ook wordt de Kustwacht niet gestimuleerd om zich met partners zoals de reddingsbrigade, de meldkamers ambulancezorg en ziekenhuizen goed voor te bereiden op deze taak."

Standaard

De OVV raadt minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) aan om samen met minister Edith Schippers (Volksgezondheid) te zorgen dat de organisatie van de medische hulpverlening op zee aan dezelfde standaard gaat voldoen als de medische hulpverlening op land.

Schultz laat in een reactie op het onderzoek weten in overleg te gaan met andere ministeries om te kijken hoe de medische hulpverlening op de Noordzee door de Kustwacht kan worden verbeterd. "De OVV heeft enkele serieuze conclusies getrokken, waar ik uiteraard goed naar ga kijken", laat Schultz via een woordvoerder weten. De bewindsvrouw gaat met het ministerie van Volksgezondheid onderzoeken wat de medische hulpverlening op zee kan leren van de hulpverlening op land.

Ook gaat ze kijken of er op het gebied van onder meer de informatievoorziening en ICT bij de Kustwacht wat moeten worden verbeterd.

Noodzakelijk

De Kustwacht erkent dat verbetering van de medische noodhulp op de Noordzee ''noodzakelijk'' is. ''Het rapport verwoordt duidelijk dat verbeterslagen noodzakelijk zijn. Voor het verschijnen van het OVV-rapport zijn op basis van eigen Kustwacht-waarnemingen al enige tijd initiatieven binnen het Kustwachtcentrum ontplooid om te komen tot structurele verbeteringen'', schrijft de dienst in een verklaring.

''De Kustwacht ziet de noodzaak voor nog meer vervolgacties en hoopt daarvoor de benodigde materiële en personele middelen te krijgen.''

Lees meer over:
Tip de redactie