Schoolbesturen en gemeenten kijken vooral naar elkaar als er een schoolgebouw moet worden opgeknapt. 

Daarom zou de overheid in actie moeten komen, bijvoorbeeld door wettelijk vast te leggen wie verantwoordelijk is en door ''actiever en activerender'' te zijn. De Algemene Rekenkamer schrijft dat donderdag in een rapport.

Er zijn ongeveer 10.000 gebouwen voor basisscholen en middelbare scholen. Daar krijgen dagelijks meer dan 2,5 miljoen leerlingen les. Gemeenten en schoolbesturen geven jaarlijks miljarden euro's uit aan huisvesting.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding, de schoolbesturen zelf voor het onderhoud. Maar nergens is vastgelegd waar renovatie onder valt. De instanties praten, maar komen er niet altijd uit.

Eigen portemonnee

Het systeem lokt volgens de Algemene Rekenkamer bovendien uit dat de instanties alleen naar de eigen portemonnee kijken. Gemeenten geven dan bijvoorbeeld minder geld uit aan nieuwbouw, maar schoolbesturen zijn daardoor meer kwijt aan onderhoud. En schoolbesturen vragen misschien eerder om nieuwbouw, terwijl er ook andere opties zijn.

Daar komt nog eens bij dat schoolbesturen steeds minder geld krijgen van het Rijk. Dat komt doordat het aantal leerlingen op basisscholen en middelbare scholen daalt. Dat maakt de schoolgebouwen naar verhouding duurder.

De koepel voor basisscholen, de PO-Raad, ziet in het rapport een bevestiging dat de kwaliteit van de schoolgebouwen tekortschiet. De organisatie wil dat gemeenten en schoolbesturen samen verantwoordelijk worden voor renovatie.