Sinds het kraakverbod uit 2010 worden krakers sneller en eenvoudiger aangepakt door het Openbaar Ministerie (OM). Tegelijk zijn gemeenten met de wet in de hand actiever bezig om leegstand tegen te gaan. 

De leegstand van niet-woonruimte zoals kantoren en winkels is echter wel toegenomen. Dat blijkt uit een evaluatie van de Wet kraken en leegstand die sinds oktober 2010 van kracht is.

Justitieminister Ard van der Steur en woonminister Stef Blok stuurden het onderzoek maandag naar de Tweede Kamer. Voor de inwerkingtreding was het niet strafbaar om panden te kraken die langer dan één jaar leeg stonden.

Van 2010 tot en met 2014 is 213 keer aangifte gedaan van kraken, waarbij 529 verdachten betrokken waren. Bij 277 verdachten nam de rechter een beslissing. Driekwart kreeg een straf opgelegd, van wie 37 personen een celstraf. De maximale straf is één jaar, maar het gemiddelde dat werd opgelegd was 37 dagen cel.

Overleg

Vooral de laatste twee jaar nam het aantal aangiftes flink toe. De meeste aangiftes van kraakacties waren in Oost- en Midden-Nederland en in Rotterdam en Den Haag. Door het schrappen van de éénjaarstermijn bezetten krakers vaker panden die korter dan één jaar leeg staan of zelfs gebouwen die net zijn opgeleverd.

Gemeenten zijn meer bezig om leegstand aan te pakken. Ze kunnen dat doen met een verordening waarmee ze druk zetten op bijvoorbeeld de eigenaar. De meeste gemeenten kiezen echter voor overleg met alle partijen om te komen tot een oplossing voor een leegstaand gebouw.