Meer studenten in het hoger onderwijs blijven bij de ouders of verzorgers wonen tijdens hun studie. Zo'n 64,5 procent van de universiteitsstudenten is uitwonend, tegenover 71,1 procent in 2012. Bij de hbo-studenten daalde dat percentage van 51,9 procent in 2012 naar 46,6 procent in 2015.

Mbo'ers zijn nog minder vaak het huis uitgegaan. Dit percentage daalde van 25,8 procent in 2012 naar 17,8 procent in 2015.

Dat blijkt uit cijfers die NU.nl via LocalFocus van DUO heeft ontvangen.

Van alle studenten die op 1 januari 2015 een mbo-, hbo- of wo-opleiding volgde, woonde 67,8 procent nog in het ouderlijk huis. Dat is iets hoger dan in voorgaande jaren. Op 1 januari 2012 was 60,6 procent nog een zogeheten inwonend student. 

Kunstopleiding

Studenten die een kunstopleiding volgen, wonen meestal op zichzelf. De Gerrit Rietveldacademie in Amsterdam telt de meeste studenten die niet meer bij hun ouders of verzorgers wonen, namelijk 88,8 procent. De Eindhovense Design Academie volgt met 84,1 procent.

De mbo-instelling Hoornbeeck College in Amersfoort heeft daarentegen de meeste thuiswonende studenten. Slechts 7,1 procent van alle studenten die op 1 januari stonden ingeschreven, heeft een eigen woning.

Leenstelsel

Het licht hogere percentage dat studenten thuis blijven wonen is mogelijk te verklaren door het afschaffen van de basisbeurs. 

Sinds de invoering van het leenstelsel per 1 september moeten studenten alles lenen en wordt voor de hoogte van de studiefinanciering geen onderscheid meer gemaakt tussen thuis- en uitwonende studenten.