Het Openbaar Ministerie (OM) is alsnog gestart met het verzamelen van dna-materiaal van mensen die na 1 mei 2010 werden veroordeeld, maar die nog geen dna hebben afgestaan. 

Dat schrijft het OM in het Verbeterprogramma Maatschappelijke Veiligheid, dat werd opgesteld na de kritiek op de werkwijze van justitie in de zaak-Bart van U.

Een Kamercommissie kwam in juni met een vernietigend rapport over de zaak rond de verdachte van de moord op Els Borst. Omdat na een veroordeling in 2012 geen dna bij hem werd afgenomen, kwam hij pas laat in beeld als verdachte.

In de periode tussen de moord op Borst in februari 2014 en zijn aanhouding in januari 2015, vermoordde Van U. vermoedelijk ook zijn zus. 

'Inhaalslag'

Het OM startte in juni met een zogenoemde "inhaalslag" waarbij alsnog dna-materiaal wordt verzameld van veroordeelden die dit volgens de wet al hadden moeten afstaan. Het zou gaan om ruim 2.600 gevallen. 

Veroordeelden van wie de woon- of verblijfplaats niet bekend is, worden opgespoord als ze niet op een oproep reageren. DNA-blokken binnen justitie waar het dna-materiaal wordt verzameld, worden daarnaast uitgebreid.

Ook moet het dna sneller worden afgenomen zodra een verdachte is veroordeeld. Justitie ziet echter weinig in een voorstel van de commissie om direct na de veroordeling in de rechtbank wangslijm af te nemen. Hiervoor start wel een pilotproject.

Verwarde personen

Daarnaast gaat het OM meer gewicht toekennen aan zogenoemde "gevoelige zaken" waarin verdachten een "gevaar vormen voor de samenleving". Dit moet leiden tot betere (internationale) opsporing. Van U. werd in 2012 veroordeeld tot een celstraf van drie jaar wegens wapenbezit, maar hij belandde nooit in de gevangenis omdat hij in het buitenland zat. Jusitie vaardigde geen internationaal opsporingsbevel uit. 

Daarnaast meldde van U. zich diverse malen zelf bij het politiebureau, omdat hij nog een straf moest uitzitten. Daar werd hij echter weggestuurd, omdat de politie geen informatie over openstaande zaken had.

Zaken waarin "verwarde personen" in beeld zijn als verdachte, krijgen daarom nu extra aandacht en de officier van justitie krijgt een grotere rol bij het gedwongen opnemen van deze mensen, stelt het verbeterprogramma. Informatie over deze zaken wordt voortaan gebundeld "ten behoeve van de beantwoording van de vraag of verplichte zorg noodzakelijk is".