Verwilderde katten waarvan het baasje niet bekend is, of die zich niet laten vangen, moeten afgeschoten worden.

Deze verwilderde dieren horen niet in de Nederlandse natuur thuis en richten een massaslachting aan onder wilde dieren, waaronder beschermde inheemse diersoorten als hazelwormen, vleermuizen en weidevogels.

Dat zegt de Jagersvereniging donderdag, die ervoor pleit dat alle provincies een ontheffing voor het afschieten van verwilderde katten opnemen in hun jachtregels. In Friesland, Utrecht en Noord-Brabant mogen jagers al katten in het buitengebied doodschieten. Dat gebeurt op verzoek van terreineigenaren, aldus de de vereniging.

In Nederland leven ongeveer 671.000 katten in het wild. Daarvan lopen er 165.000 buiten de steden rond, schat de Jagersvereniging op basis van wetenschappelijke onderzoeken. Deze katten eten per jaar ongeveer twintig miljoen andere dieren op.

Hondsdolheid

Ook verspreiden zij de kattenziekte toxoplasmose, waaraan andere dieren overlijden. Door het eten van vleermuizen kunnen katten ook hondsdolheid gaan verspreiden. Maar een kat is een huisdier en hoort onder toezicht te staan, aldus de vereniging.

"Verwilderde katten komen uit nestjes die huiskatten ergens in de natuur achterlaten. De moederpoes gaat terug naar huis en de kittens moeten zelf overleven. Tot nu toe worden zulke dieren wel gevangen, gesteriliseerd en weer vrijgelaten, maar wij zijn daartegen. Het is humaan om een verwilderde kat zonder baasje dood te schieten."

De vereniging wil dat alle kattenbezitters verplicht worden om hun dier te chippen en een halsband om te doen, zodat ze herkenbaar zijn.