Een Rwandees die verdacht werd van genocide in zijn thuisland, mag zijn Nederlandse nationaliteit voorlopig behouden.

De man raakte zijn Nederlanderschap kwijt omdat hij betrokken zou zijn bij de genocide in Rwanda in 1994. De rechtbank in Arnhem oordeelde dinsdag echter dat er te weinig onderzoek is gedaan om die beschuldiging te staven.

De man, een Hutu, is in 2002 het Nederlanderschap verleend. In 2013 werd dit door toenmalig staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie ingetrokken. Daarbij baseerde hij zich voornamelijk op een rapport uit 2010 van de mensenrechtenorganisatie African Rights.

Het rapport is gebaseerd op 34 getuigenverklaringen over de rol van de man bij moorden in Rwanda.

Uitgebreider onderzoek

De rechter stelt nu dat de staatssecretaris "onvoldoende onderzoek heeft gedaan" naar de bronnen die in het rapport zijn gebruikt. Dit betekent dat hij een uitgebreider onderzoek moet doen naar de beschuldigingen over de deelname aan de Rwandese genocide.

De man zou zijn Nederlandse nationaliteit dus later alsnog kunnen verliezen.