Het gedachtegoed van de verdachten in het 'Haagse' jihadproces lijkt volgens het Openbaar Ministerie op dat van terreurorganisaties als IS en al-Qaeda. 

De aanklager heeft dat maandag gezegd op de eerste dag van het requisitoir. Dinsdag horen de verdachten welke straffen het Openbaar Ministerie eist.

"Wellicht past een aantal van de verdachten het geweld niet zelf toe, zij ondersteunen de toepassing daarvan wel door ideologische ondersteuning", zei de aanklager.

De verdachten wilden volgens het Openbaar Ministerie vanuit dit gedachtegoed jongeren ertoe bewegen te gaan strijden in Syrië en Irak. Eerst tegen het regime van president Bashar al-Assad en later voor het stichten van een islamitische staat.

Verdenkingen

In totaal staan negen verdachten terecht. Azzedine C. (Abu Moussa), bekeerling Rudolph H. (Abu Suhayb) en Oussama C. (Abu Yazeed) zijn de bekendste gezichten. Van hen zit alleen Azzedine C. nog in voorarrest. Ze trokken onder meer de aandacht met acties op straat, zoals een demonstratie in de Haagse Schilderswijk, en uitingen op sociale media.

Enkele anderen zijn in Syrië. De verdenkingen verschillen per verdachte. Het gaat om opruiing tot terroristische misdrijven, ronselen voor de gewapende jihad en deelname aan een criminele (terroristische) organisatie.

Het proces tegen de tiende verdachte, Syriëganger Soufiane Z., is twee weken geleden stopgezet. De rechtbank denkt dat hij is gesneuveld.