Iets meer dan de helft van de kinderen op Nederlandse basisscholen leert een buitenlandse taal. Vrijwel altijd is dit Engels. 

Dit is flink onder het Europese gemiddelde, zo blijkt donderdag uit cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat.

Van de 17,7 miljoen leerlingen die in de Europese Unie primair onderwijs volgen, krijgt bijna 82 procent les in een of meerdere vreemde talen.

Vreemde talen

In Portugal, België en Slovenië ligt het percentage nog lager dan de 52,2 procent in Nederland. In landen als Oostenrijk, Italië, Spanje, Frankrijk en Polen leren vrijwel alle kinderen een vreemde taal op de basisschool.

In het voortgezet onderwijs krijgt bijna 97 procent van de leerlingen in Nederland een of meerdere andere talen op school. Behalve Engels leert bijna 58 procent Frans en ruim de helft Duits. Spaans wordt door minder dan 2 procent geleerd.

Reactie ministerie

In een reactie laat een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Onderwijs weten dat scholen "alle ruimte hebben om meer aandacht aan vreemde talen te besteden".

Staatssecretaris Sander Dekker gaat basisscholen daarnaast de keuze geven om tot 15 procent van de tijd Engels, Frans of Duits te gebruiken als 'instructietaal'. Ze mogen dan een ander vak in die taal geven.