De politie heeft geen goed beeld van identiteitsfraude. Dat komt omdat slechts 10 procent van de slachtoffers naar de politie stapt, blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Leiden.

Op basis van een representatieve slachtofferenquête over de periode 2008-2012 blijkt dat bijna een op de twintig Nederlanders te maken heeft gehad met deze vorm van fraude. Experts verwachten dat dit misdrijf in de toekomst een steeds groter probleem gaat worden.

Daders van identiteitsfraude gebruiken persoonsgegevens van iemand anders om geld te stelen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het bemachtigen van iemands inloggegevens, zodat de verantwoordelijke crimineel geld kan overboeken uit naam van het slachtoffer.

Door de toenemende digitalisering krijgen criminelen veel extra mogelijkheden om andermans persoonsgegevens te ontfutselen, concluderen de onderzoekers. Deze digitale criminaliteit beperkt zich niet tot landsgrenzen. ''Criminelen hebben daardoor eenvoudig toegang tot miljoenen potentiële slachtoffers.''

Aandacht

Hoewel identiteitsfraude veel beleids- en media-aandacht krijgt, is er weinig bekend over de huidige situatie in Nederland. Uit de enquête komt naar voren dat de schade gemiddeld 400 euro per persoon was. De schade voor banken en hun klanten bedroeg in de periode 2008-2012 naar schatting 300 miljoen euro.

Volgens geraadpleegde experts wordt identiteitsfraude op zeer verschillende manieren gepleegd. Dit varieert van ouderwets post hengelen tot moderne varianten. Daarin is er samenwerking tussen hackers die de gegevens stelen, tussenpersonen die deze gegevens op illegale onlinemarktplaatsen verhandelen en mensen die de winst uiteindelijk incasseren.