Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dinsdag vier jaar cel geëist tegen terreurverdachte Mohamed B. bij de rechtbank in Rotterdam.

B. werd in oktober opgepakt omdat hij een aanslag op politieagenten zou voorbereiden.

De Marokkaan B. woonde in Amsterdam en werd vorig jaar oktober opgepakt. Hij had een schriftje met onder meer een eed van trouw aan de leider van Islamitische Staat en een handleiding voor een bom.

Ook deed hij zich tijdens chats voor als iemand die naar Syrië wilde en vroeg hij om filmpjes waarin werd getoond hoe hij een bom kon maken.

Stoer doen

B. zelf stelt dat hij geen terrorist is, maar eerder een fantast. Hij zou zich naar eigen zeggen vooral schuldig hebben gemaakt aan stoerdoenerij, onder meer om indruk te maken op vrouwen.

In Marokko heeft hij zich eerder voorgedaan als bemiddelde jongeman, terwijl hij eigenlijk geld stal. Ook deed hij zich voor als student, terwijl hij dat niet was. Tijdens chats zei hij ook dat hij drugs dealde.

Video: OM eist vier jaar tegen B.

Libië

Het is ook gebleken dat B.'s beweringen dat hij in Libië aan een trainingskamp heeft deelgenomen of in Syrië ging strijden niet kloppen. Maar het OM gelooft niet dat het allemaal stoerdoenerij is geweest, omdat hij zo veelvuldig over zijn jihadistische neigingen chatte en omdat hij ook in het schriftje vrijwel alleen extremistische uitingen schreef.

Volgens de aanklager was B. weliswaar nog maar in het beginstadium, maar was hij wel degelijk bezig met het vergaren van kennis over de gewelddadige jihad en over een bom die hij tegen Nederlandse politieagenten of militairen of de Amerikaanse ambassade zou kunnen gebruiken.

Seebregts

B.'s advocaat André Seebregts begrijpt wel dat het OM de zaak serieus neemt en er geen genoegen mee neemt dat B. zegt dat het een ''grapje'' was.

Toch zegt hij dat er nauwelijks aanwijzingen zijn dat B. het serieus meende. Er zijn geen signalen dat B. is geradicaliseerd, leefde hij tamelijk westers en zijn er geen wapens of onderdelen van bommen gevonden.

De aantekeningen in het schrift zou hij hebben gemaakt als geheugensteuntje voor bij zijn chats. Als hij zich voordeed als ''dappere IS-strijder'' moest hij ook IS-achtige dingen kunnen zeggen, aldus Seebregts.

De uitspraak is 8 september.