Het toezicht in Nederland op de behandeling van gevangenen is niet onafhankelijk en niet effectief genoeg.

Dat staat in een verklaring van het Kantoor van de Hoge Commissaris voor Mensenrechten van de VN (Ohchr).

Het Nationaal Preventie Mechanisme (NPM) is verantwoordelijk voor het toezicht. Het NPM is in 2011 op grond van een internationaal VN-verdrag opgericht dat moet voorkomen dat gevangenen mensonterend worden behandeld.

Volgens de VN-experts die Nederland vorige week bezochten is er meer politieke steun nodig en een betere juridische basis voor het NPM om goed en onafhankelijk te kunnen werken. Volgens hen voldoet Nederland op dit moment niet aan de internationale verplichtingen.

Structuur

Maar volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie ligt dit genuanceerder. ''De kritiek richt zich niet op het toezicht maar op de structuur'', aldus een woordvoerder. Volgens hem heeft Nederland bij de ratificatie van het verdrag geconstateerd dat het toezicht al goed was geregeld bij de bestaande organisaties.

Daarom was er geen behoefte aan een nieuw orgaan. Het NPM, dat wordt gecoördineerd door de Inspectie Veiligheid en Justitie, zorgt ervoor dat de afspraken uit het internationale verdrag worden meegenomen in het bestaande toezicht.

Aanschurken

De Nationale ombudsman stapte vorig jaar uit de NPM. Hij vond onder meer dat de inspecties te veel aanschurken tegen de ministeries, waardoor de onafhankelijkheid in het geding komt. In een brief aan het hoofd van het ministerie van Veiligheid en Justitie schreef de ombudsman dat hij geen verantwoordelijkheid wilde nemen voor het functioneren van de NPM.

De brief was volgens de ombudsman aanleiding voor de VN om dit jaar een onderzoek te beginnen.