Een 34-jarige politieman wordt vervolgd voor het schieten op een auto die op hem inreed op 26 januari op de Botermarkt in Haarlem. 

Dat meldt het Openbaar Ministerie donderdag.

Ook de 41-jarige man uit Heemstede die op hem zou hebben ingereden, moet zich voor de strafrechter verantwoorden. Beiden worden beschuldigd van poging tot doodslag.

De verdachte uit Heemstede liep met zijn vrouw in het winkelgebied. Politiemensen in burger vermoedden dat het stel te maken had met winkeldiefstal.

Toen de man in de auto stapte, ging de betrokken politieman voor het voertuig staan om hem tegen te houden. De man uit Heemstede gaf vervolgens gas.

De politieman moest opzij springen om te voorkomen dat hij werd geraakt. Hij schoot daarna op de wegrijdende auto, waardoor de achterruit sneuvelde en de politiekogel ook de voorruit raakte. De bestuurder raakte daarbij licht gewond.

'Geen noodzaak'

Na onderzoek concludeert het OM dat er geen noodzaak was dat de politieman schoot. "Er waren andere en minder ingrijpende mogelijkheden om de verdachte te kunnen aanhouden. Ook was er geen sprake meer van een dreigende situatie richting de politieman."

"Bovendien waren er veel omstander en gebouwen op het plein die door de kogel geraakt hadden kunnen worden", meent justitie. "Ook had de auto onbestuurbaar kunnen worden met alle gevolgen voor omstanders van dien." Het schieten was daardoor volgens het OM in strijd met zowel de instructie als de wet.

Later is ook gebleken dat de man en zijn vrouw niets hadden gestolen.

De 34-jarige politieman blijft tot de behandeling van zijn strafzaak aan het werk, laat de politie weten. Politiechef Liesbeth Huijzer: "Het gebruik van geweld is gebonden aan strenge regels. Als een collega vanuit zijn professionaliteit besluit geweld te gebruiken en het Openbaar Ministerie vraagt hier verantwoording over af te leggen bij de rechter, dan doen wij dat. Wij gaan uit van professioneel en integer handelen van onze collega's."