Zaak over inzage rapport Tristan van der Vlis moet over

Nabestaanden en slachtoffers van het bloedbad in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn in 2011 krijgen mogelijk toch het psychiatrische rapport over schutter Tristan van der Vlis in te zien. 

Het gerechtshof heeft te strenge criteria gehanteerd bij de afwijzing van het verzoek om het rapport te mogen bekijken, zo oordeelde de Hoge Raad vrijdag.

De uitspraak komt niet als een verrassing. In maart was het advies van de advocaat-generaal dat een andere rechter opnieuw moest beoordelen of de nabestaanden en slachtoffers een kopie van het rapport mochten krijgen. De Hoge Raad neemt het advies van de advocaat-generaal meestal over, in dit geval dus ook.

Eerder weigerde het Openbaar Ministerie de inzage, vanwege het medische beroepsgeheim en de privacy. De uitspraak van de Hoge Raad betekent niet dat de slachtoffers het rapport nu definitief mogen inzien.

Verwerking

Slachtoffers en nabestaanden vinden de inhoud van het rapport belangrijk voor de verwerking van het drama. Ze willen weten wat er met Van der Vlis aan de hand was toen hij het vuur opende in winkelcentrum De Ridderhof.

Ook kan de informatie in het rapport van groot belang zijn voor het hoger beroep dat ze hebben aangespannen om de politie aansprakelijk te stellen.

De rechtbank bepaalde begin februari van dit jaar dat de politie wel fouten heeft gemaakt door de psychisch verwarde Van der Vlis een wapenvergunning te verlenen, maar dat de politie toch niet aansprakelijk is.

Amsterdam

De Hoge Raad heeft de zaak over de medische rapportage voor verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof in Amsterdam.

Van der Vlis schoot in april 2011 zes mensen dood en verwondde er zeventien, waarna hij zichzelf doodde.

Tip de redactie