'Coffeeshop open voor wie in Nederland woont'

Inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) is niet doorslaggevend bij de vraag of iemand al dan niet een coffeeshop in mag.

De vraag of iemand ingezetene is, moet aan de hand van meerdere criteria worden beoordeeld.

Dat heeft de rechter in Maastricht vrijdag bepaald in de zaak van een Maastrichtse coffeeshop die in november vorig jaar 1 gram hasj had verkocht aan een Braziliaan.

Buitenlanders

Het Openbaar Ministerie sleepte de coffeeshop voor de rechter, omdat het in Maastricht verboden is softdrugs aan buitenlanders te verkopen.

De koper stond niet ingeschreven in de GBA en daarom had de coffeeshop hem niks mogen verkopen, aldus het OM.

Maar de hasjkoper woonde en studeerde wel in Maastricht en had een geldige verblijfsvergunning. Inschrijving in de GBA is volgens de rechter niet van doorslaggevend belang bij de vraag of iemand Nederlands ingezetene is.

Tip de redactie