'Nederland hield smartengeld Birmalijn in kas'

Dwangarbeiders die kort voor het begin van het werk aan de Birmaspoorweg in Thailand en Myanmar overleden kregen geen smartengeld.

Dat schrijft de Volkskrant zaterdag na archiefonderzoek en gesprekken met nabestaanden.

De 'Dodenspoorlijn' werd in 1947 verkocht aan Thailand. Alleen de mannen die fysiek echt aan de spoorlijn werkten kregen een vergoeding, maar de nabestaanden van degenen die kort ervoor door ziekte of uitputting overleden kregen niets. Zij hadden daar wel recht op.

Nederland kreeg bij de verkoop van de Birmaspoorweg aan Thailand in 1947 een bedrag van 1,6 miljoen gulden. Dit was een vergoeding voor de ruim 17.000 Nederlandse dwangarbeiders die tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de lijn moesten werken. Duizenden overleden tijdens het werk.

De Stichting Administratie Indische Pensioenen (SAIP), die de uitbetaling van de Birmaspoorlijn-uitkering sinds 1996 verzorgt, zegt in de Volkskrant niet van deze afwijzingen te weten.

Tip de redactie