Monumentale steden zijn erg in trek. Ze groeien harder, hebben minder last van vergrijzing en de huizenprijzen ontwikkelen zich gunstig in vergelijking met andere, nieuwe steden. 

Dat blijkt uit de Atlas voor gemeenten, die woensdag wordt gepresenteerd. De atlas, die jaarlijks verschijnt, heeft dit jaar als thema 'erfgoed'.

Uit de atlas blijkt dat de verschillen tussen Nederlandse steden op verschillende vlakken toenemen, meestal in het voordeel van de monumentale steden. Monumenten dragen bij aan de aantrekkingskracht van de stad van zowel bewoners als toeristen. Mensen wonen en werken graag in die steden, concluderen de onderzoekers.

De bevolking is er gemiddeld eveneens hoger opgeleid en jonger. Waar de (potentiële) beroepsbevolking in veel steden krimpt, neemt die in steden met veel monumenten -zoals Alkmaar, Amsterdam, Amersfoort, Bergen op Zoom en Delft- nog steeds toe. 

Huizenprijzen

Ook huizenprijzen zijn afwijkend. De prijs van een huis in monumentale steden is de laatste tien jaar met acht procent gestegen, terwijl in andere, nieuwere steden, de huizenprijs juist daalde, met gemiddeld 1,6 procent.

Wie midden in de binnenstad van Nederland in een monumentaal pand wil wonen, is bereid om daar 125.000 euro meer voor te betalen dan voor andere locaties. 

Volgens de onderzoekers is dat puur vanwege het historische karakter van het pand, en staat het nog los van de vele voorzieningen die zo'n woonplek vaak biedt.