Het zwemwater aan de kust en in het binnenland is het afgelopen jaar weer iets schoner geworden. Iets minder dan 5 procent van de zwemlocaties had water van slechte kwaliteit. In 2013 was dat nog ruim 5 procent. 

Dat blijkt uit cijfers van het jaarlijkse zwemwaterrapport van het Europees Milieuagentschap (EMA) dat woensdag verscheen.

De onderzoekers hebben op 715 plekken in Nederland monsters genomen van het zwemwater.

Hoewel het water in ons land ietsje schoner is, doen veel andere landen van de Europese Unie het beter. Dat geldt vooral voor Duitsland, Luxemburg, Malta, Griekenland, Cyprus en Kroatië. Hier is het zwemwater van een uitmuntende kwaliteit, aldus het rapport.

In de landen van de Europese Unie voldeed 95 procent van de locaties aan de minimumnorm voor waterkwaliteit. Op zelfs 83 procent van de locaties was de kwaliteit van het zwemwater uitstekend, bijna 1 procentpunt meer dan in 2013.

Doorgaans goed

''Ik ben blij dat de kwaliteit van de zwemwateren in Europa doorgaans zeer goed is, en nog steeds verbetert'', stelt directeur Hans Bruyninckx van het EMA.

Het EMA onderzocht het zwemwater op meer dan 21.000 locaties aan de kust en in het binnenland van de EU-landen. Alleen Estland en Ierland scoorden nog iets slechter dan Nederland. Wel heeft Nederland tussen 2010 en 2013 een inhaalslag gemaakt. In 2010 was het water nog op 12 procent van de zwemlocaties vies.

Tijdens het badseizoen nemen de plaatselijke autoriteiten watermonsters. Die monsters worden dan onderzocht op de aanwezigheid van twee typen bacteriën die wijzen op vervuiling afkomstig van de riolering of van vee. Als iemand die binnenkrijgt, kan dat leiden tot maagproblemen en diarree.