Een burgemeester kan een coffeeshop 'aan de voorkant' gedogen en tegelijkertijd ingrijpen aan de 'achterdeur'.

Dat is niet onredelijk, oordeelde de rechtbank in Breda dinsdag in een zaak die de Brabantse coffeeshopketen The Grass Company in Tilburg had aangespannen.

Burgemeester van Tilburg Peter Noordanus besloot vorig jaar een pand van de keten voor een halfjaar te sluiten, omdat daar in ondergrondse ruimtes een partij van zo'n tien kilo softdrugs was gevonden.

De ondernemers die The Grass Company runnen, noemden de sluiting ''hypocriet en paradoxaal'', aangezien de coffeeshops waar het spul uiteindelijk over de toonbank gaat door diezelfde burgemeester worden gedoogd.

De rechtbank ''is zich bewust van het paradoxale van de situatie'', maar vindt dat dit niet het probleem is van de burgemeester. Het beroep dat de ondernemers hadden aangespannen, is daarom afgewezen.

De uitspraak is vooral principieel: in een tussenuitspraak in januari bepaalde de rechtbank nog dat het bedrijfspand open mocht blijven.