Het bezoek van de Onderwijsinspectie aan scholen veroorzaakt extra werkdruk voor docenten en schoolleiders. 

Dit blijkt uit een onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

De bond ondervroeg meer dan 3.400 leraren, teamleiders en schooldirecteuren naar hun ervaringen met de inspectie. Docenten voelen extra werkdruk omdat administratie op orde moet worden gebracht. Ruim driekwart van de ondervraagden in het onderzoek ervaren een hogere afministratieve werklast in aanloop naar het bezoek.

Sommige scholen oefenen zelfs het bezoek van de inspecteur. Bijna negen op de tien ondervraagde leraren en schoolleiders zeggen zich voor te bereiden op het bezoek.

Meer dan de helft van de ondervraagden, 64 procent, zegt dat hun school "bepaalde dingen alleen maar doen om de inspectie tevreden te stellen".

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) zei donderdag in een reactie dat de bureaucratie wordt aangepakt en scholen hoeven niet bang te zijn voor de Inspectie van het Onderwijs.

Tijdgebrek

"Natuurlijk onderkennen we het nut van controle op de wettelijke taken van het onderwijs. De inspectie graaft echter veel dieper'', zegt José Muijres, bestuurslid van de AOb.

"Door de verantwoordingsdruk ontstaat tijdgebrek. Simpel gesteld: ieder uur die een leraar investeert in formulieren van de inspectie of vooraf oefenen op een bezoek, kan hij niet investeren in zijn leerlingen. Daarmee sorteert de controle misschien wel een averechts effect en gaat een bezoek zelfs ten koste van de kwaliteit."

Muijres vindt dat de inspectie vaker "nee" moet durven zeggen tegen politiek Den Haag. Volgens de bestuurster gebruiken politici de inspectie vaak als "lange arm''.

Muijres: "Dat past niet bij een organisatie die zelfstandig zegt te zijn. Verder moet de Inspectie zich bezig houden met de hoofdlijn: controleer of scholen hun wettelijke taken uitvoeren en laat het daarbij.''

De Onderwijsinspectie bezoekt scholen ten minste een keer in de vier jaar. Scholen vrezen het predicaat 'zwak' te krijgen waardoor ze onder toezicht komen te staan.

Een woordvoerder van de Inspectie van het Onderwijs laat in een reactie weten dat er wordt gewerkt aan de vernieuwing van het toezicht. "We voeren gesprekken met schoolbesturen en vakbonden over hoe we het toezicht kunnen verbeteren'', aldus de zegsman. Hij benadrukt dat de inspecties bedoeld zijn om het onderwijs te verbeteren.

D66 en SGP

D66 en SGP laten weten een wetsvoorstel te hebben ingediend om het probleem aan te pakken. "In het voorstel van D66 en SGP wordt aangegeven wat de inspectie mag toetsen en wat de inspectie aan scholen mag vragen. Dit geeft de Onderwijsinspectie en scholen meer duidelijkheid", stellen de partijen in een gezamenlijk statement.

"De Onderwijsinspectie moet terug naar de kern", aldus Roelof Bisschop van de SGP. "Met name de laatste tien jaar is de last voor scholen om zich te verantwoorden, enorm toegenomen. Dit heeft geen extra kwaliteit opgeleverd, maar slechts een managementlaag."

Paul van Meenen van D66 stelt dat scholen administraties bijhouden "puur en alleen voor de Onderwijspinspectie". Van Meenen: "Het worden toneelstukjes, dat heeft niks met de kwaliteit van onderwijs te maken. Het is gaat ten koste van tijd en geld dat de scholen beter kunnen besteden aan de leerlingen. Leraren moeten lesgeven, het zijn geen accountants."