Jihadverdachte Azzedine C. zou sinds 2011 contact hebben met Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh.

Dat schrijft Vrij Nederland donderdagmiddag op basis van een vertrouwelijk strafdossier van het grote Haagse jihadproces, waarin C. hoofdverdachte is.

Bij een huiszoeking in de woning van C. werden vele brieven van B. gevonden. Een van de brieven is opgenomen in het strafdossier. In de correspondentie worden namen van schrijvers en titels van salafistische islamitische teksten genoemd.

C., ook wel Abou Moussa genoemd, wordt ervan verdacht mensen te hebben geronseld voor de jihad in Syrië en Irak. Hij wordt beschuldigd van het voorbereiden van ''moord/doodslag met een terroristisch oogmerk'' in dat gebied. Hij ging vorig jaar in honger- en dorststaking uit protest tegen zijn behandeling in het huis van bewaring in Vught.

Held

Uit het strafdossier zou ook blijken dat B. wordt gezien als held onder veel radicale moslims die worden vervolgd door het Openbaar Ministerie. Ook verdachten die vechten in Syrië laten hun steun blijken aan B.

Zo wordt in een memorium voor een in 2013 omgekomen jihadist een gedeelte uit het afscheidsgedicht van B. geciteerd. Een andere jihadist plaatste een foto van B.en een handgranaat op Twitter.

Context-zaak

Het strafdossier waar Vrij Nederland inzage in heeft is van de zogenaamde Context-zaak. In deze zaak wordt een groep radicale moslims uit Den Haag, Zoetermeer en Delft vervolgd voor opruiing en ronseling. 

In september buigt de Haagse rechtbank zich over de Context-zaak. Justitie vervolgt de groep van zestien jihadisten als terroristische organisatie.