Politie en justitie maken zich zorgen over de bezuiniging van circa 9 miljoen euro die het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) moet doorvoeren.

De ingrepen zullen ertoe leiden dat het NFI minder sporenonderzoeken van misdrijven kan doen, terwijl de situatie nu al krap is.

Dat maakten Hans Vissers van de Nationale Politie en hoofdofficier Bob Steensma van het Openbaar Ministerie donderdag duidelijk in een gesprek met leden van de Tweede Kamer.

De opsporingsdiensten moeten nog scherpere keuzes gaan maken bij het opsturen van sporen aan het NFI. De politie doet zelf al vooronderzoek in eigen laboratoria, maar kan dat niet in complexe zaken.

De vraag is of er meer onderzoekswerk uitbesteed kan worden aan andere instellingen, maar dat levert "gedoe" op, vindt ook het NFI zelf. Het zou duurder zijn, tot meer administratie en gesleep met sporen leiden en het is de vraag of de kwaliteit goed genoeg is.

Het NFI werkt nu al samen met academische onderzoekers en private instituten, onder meer om contra-expertise te doen en piekmomenten op te vangen.

Deskundigheid

Deze instanties vinden juist dat ze meer werk over kunnen nemen, ook al om hun deskundigheid op peil te houden. Dit hoeft niet te leiden tot hogere kosten, omdat ze vaak sneller en flexibeler zijn.

Het NFI zelf is soms te duur met zijn onderzoeken, zo viel te horen. Steensma wil het uitbesteden van werk het liefst beperken tot één of twee andere onderzoeksinstituten.

NFI-directeur Reinout Woittiez sprak tegen dat de kernproductie in gevaar komt, omdat de organisatie doelmatiger gaat werken.