Agenten waren vorig jaar sneller dan ooit ter plaatse bij zogeheten PRIO1-meldingen. Dat zijn situaties die mogelijk levensbedreigend zijn.

In 86,1 procent van de spoedmeldingen was de politie binnen een kwartier aanwezig. In 2013 lag dat percentage nog op 85,3 procent.

Regionaal gezien zijn echter grote verschillen in de reactietijden. Vijf van de tien politieregio’s haalden de streefnorm van 85 procent niet. Vorig jaar waren dat nog zes regio’s.

Dat blijkt uit een onderzoek van NU.nl naar reactietijden die via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bij de politie zijn opgevraagd. De reactietijd is het aantal minuten tussen de melding van een delict en het ter plaatse zijn van het eerste politievoertuig.

De politie houdt een streefnorm aan van 85 procent van de spoedmeldingen waarbij agenten binnen 15 minuten aanwezig moeten zijn. Als die streefnorm op gemeentelijk niveau wordt toegepast, dan halen 219 gemeenten dat percentage niet.

In totaal kreeg de politie 309.824 spoedmeldingen te verwerken. In 41.031 gevallen waren agenten na een kwartier ter plaatse. Van 14.429 is het niet bekend hoe snel de politie aanwezig was vanwege registratiefouten.

'Niet enige indicator'

Volgens plaatsvervangend korpschef Ruud Bik mag de politie tevreden zijn over het verbeterde percentage, maar moeten regionale eenheden ambitieus blijven.

De afgelopen jaren zijn een aantal maatregelen ingevoerd om de reactietijden te verkleinen, zoals intensievere samenwerking tussen meldkamers. Ook worden vanaf dit jaar rechercheurs op spoedmeldingen afgestuurd die niet met dringend werk zitten.

"Maar reactietijden moeten niet de enige indicator zijn. Ook tevredenheid van burgers na een spoedmelding zijn van belang. Je kunt op tijd zijn bij een inbraak op heterdaad, maar als de daders zijn gevlogen zit je alsnog met ontevreden burgers."

Grote verschillen

In de politieregio’s Noord-Nederland, Oost-Brabant, Zeeland-West-Brabant, Limburg en Rotterdam werd de streefnorm van 85 procent niet gehaald. De twee laatstgenoemde regio’s haalden in 2013 de norm al niet, en presteerden vorig jaar zelfs nog iets slechter.

In 2013 bleek de regio Noord-Nederland zelfs de ondergrens van 80 procent binnen een kwartier niet te halen. Vorig jaar waren agenten in die regio in 80,4 procent op tijd aanwezig.

"Die lage percentages zijn vooral te wijten aan uitgestrekte plattelandsgebieden", verklaart Bik. "Maar ook in deze regio's moeten we ambitieus blijven. Elke minuut is er een."

SP-Kamerlid Nine Kooiman laat weten dat juist in die plattelandsgebieden veel politieposten zijn gesloten. "Daarmee worden de aanrijtijden alleen maar langer, omdat het werkgebied van de politie groter wordt. Dit is niet alleen gevaarlijk voor de slachtoffers die op politie moeten wachten, maar ook voor de politie zelf die langer moeten wachten op assistentie."

Op gemeentelijk niveau zijn grote verschillen in de reactietijden te zien. Zo had de Zeeuwse gemeente Noord-Beveland in totaal 26 meldingen, waarbij agenten slechts zeven keer binnen een kwartier aanwezig waren. Dat komt neer op 26,9 procent.

Ook op Ameland (32,9 procent), in De Marne (35,1) en Baarle-Nassau (36) wordt de streefnorm bij lange na niet gehaald.

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft dit jaar zelfs een streefnorm van 90 procent opgelegd. "Dat is een erg grote ambitie", aldus Bik. De plaatsvervangend korpschef vermoedt dat dat percentage dit jaar niet gehaald wordt.