Dinsdagochtend komt de verdachte van de zogenoemde 'balkonmoord' in Enschede op vrije voeten. De 38-jarige Peter B. kreeg vorig jaar van de rechtbank negen jaar cel wegens doodslag.

Hij zou zijn 17-jarige vriend tijdens een ruzie over de balkonreling van hun woning hebben geduwd. Maar de verdachte ontkent dat en ging in hoger beroep. 

Een deskundige zou betwijfelen of de duw bewezen is. Het gerechtshof bepaalde maandag dat de man vrij komt in afwachting van de behandeling van het hoger beroep. Dat zal op 26 mei zijn.

Surveillerende politieagenten ontdekten de 17-jarige jongen 11 januari 2013 rond 3.30 uur onder aan de flat met zijn hoofd in een plas bloed. Terwijl hij in het ziekenhuis om 4.10 uur overleed, meldde de verdachte zich bij de politie met de mededeling dat hij zijn vriend tijdens een ruzie had geduwd.

Ontkennen

Dat herhaalde hij tegen diverse agenten, totdat hij met een advocaat had gesproken. Daarna beriep hij zich op zijn zwijgrecht en ging vervolgens ontkennen. De rechtbank vond dat de verdachte in het bekennen stellig en eenduidig was, terwijl later bij het ontkennen het verhaal steeds iets anders was.

Ook baseert de rechtbank de veroordeling op een onderzoek door drie deskundigen. Zij hebben de aannemelijkheid van een val of een duw onderzocht, onder meer met een dummy en een hoogwerker. De rechtbank heeft uit die onderzoeken geconcludeerd dat vallen niet aannemelijk is.

In een nieuw verhoor op verzoek van advocaat John Peters stelde een van deze deskundigen dat die conclusie veel te kort door de bocht is geweest. De advocaat verzocht het gerechtshof in Arnhem om de hechtenis van B. op te heffen tot het hof zich over de zaak buigt.