Voor het eerst telt Nederland meer ongelovigen dan gelovigen. Iets meer dan een kwart van de bevolking is agnostisch, terwijl 17 procent gelooft in het bestaan van God.

Dat meldt dagblad Trouw vrijdag op basis van een representatief onderzoek van Ipsos, politicoloog André Kouwel en godsdienstpsycholoog Joke van Saane van de Vrije Universiteit.

De laatste meting werd gehouden in 2012. Toen waren er net meer gelovigen dan ongelovigen. Een verklaring voor de afname van gelovigen is dat mensen meer kunnen bepalen wie ze zelf zijn.

"Vroeger bepaalde je dorp, je familie of je kerk wie je was. Nu kun je op Facebook zelf iemand zijn, zonder die traditionele verbanden", aldus Van Saane.

Ruim de helft (53 procent) van de Nederlanders denkt dat er leven na de dood is, maar over hoe dat hiernamaals eruit zou moeten zien, wordt verschillend gedacht.

Jongeren

Onder jongeren is het aantal gelovigen iets hoger dan onder ouderen. Een op de vijf Nederlanders tussen 18 en 34 jaar (20 procent) zegt in God te geloven.

Dat percentage ligt een stuk lager bij andere, oudere leeftijdsgroepen. Dat is opvallend, maar het is volgens de opstellers van het rapport nog te vroeg om er conclusies aan te verbinden. Er is nog geen eerder onderzoek waaruit iets soortgelijks blijkt.