Het aantal keren dat jeugdige gevangenen na een verlof niet of niet op tijd naar de inrichting terugkeren, blijft dalen.

Waren er in 2010 nog 170 van dit soort onttrekkingen, in 2013 waren dat er 80. In de eerste negen maanden van 2014 waren er 48 onttrekkingen. Sommige jongeren gaan meerdere keren de fout in.

Het aantal jongeren dat uit de inrichting wegvlucht, is veel lager: twee in 2012, vijf in 2013 en in 2014 niet één. Dat meldde staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie) maandag aan de Tweede Kamer.

Van de ruim 30.000 verlofbewegingen per jaar, was in 2013 in 0,26 procent van de gevallen sprake van een ongeoorloofde afwezigheid.

Teeven vindt dit relatief een zeer beperkt aantal gevallen. Verreweg het vaakst houden de jongeren zich niet aan de afspraken als ze op onbegeleid verlof zijn.

Verbeterd beleid

Volgens Teeven daalt het aantal onttrekkingen doordat het verlofbeleid is verbeterd. Zo is de regeling voor het aanvragen van verlof aangepast en is er meer aandacht voor resocialisatie van de jongeren tijdens hun detentie. Ook worden begeleiders beter getraind, aldus Teeven.

De maatregelen worden de komende jaren verder uitgewerkt om ongeoorloofde afwezigheid nog verder terug te dringen. De staatssecretaris wijst erop dat verlof voor betrokkenen belangrijk is om zich te kunnen voorbereiden op een terugkeer in de maatschappij.