Op de Spoedeisende Hulpafdelingen (SEH) van ziekenhuizen in Nederland hebben zich tijdens de jaarwisseling 574 slachtoffers van vuurwerkongevallen gemeld. 

Dat zijn er 126 minder dan vorig jaar, een daling van 18 procent.

Dat blijkt uit onderzoek van VeiligheidNL en de NOS. Voor het onderzoek zijn gegevens uit het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL gecombineerd met de cijfers over het aantal gewonden die de NOS heeft verzameld bij de Spoedeisende Hulpafdelingen.

Bij alle gewonden met oud en nieuw waarvoor het type vuurwerk is geregistreerd, waren siervuurwerk en knalvuurwerk net zo vaak de oorzaak van het letsel.

18.00 uur

De laatste jaren mochten de liefhebbers op oudejaarsdag vanaf 10.00 uur vuurwerk afsteken. De afgelopen jaarwisseling mocht dat pas vanaf 18.00 uur. Het aantal mensen dat dit jaar op oudejaarsdag tot 18.00 uur letsel door vuurwerk opliep was 8 procent van het totaal. Vorig jaar ging dat om 23 procent van het aantal gewonden.

De meeste slachtoffers dit jaar hadden verwondingen aan de handen (37 procent). Daarna volgen mensen met letsel aan de ogen (24 procent).

De Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) meldde zondag dat plastisch chirurgen deze jaarwisseling 69 patiënten met vooral ernstig handletsel hebben geholpen. Vorig jaar waren dat er zeventig en tijdens de jaarwisseling van 2012-2013 veertig. Volgens de vereniging kan het aantal slachtoffers tot eind januari nog flink oplopen.

Illegaal vuurwerk

De NVPC meldde dat ruim 60 procent van de verwondingen aan handen is te wijten aan illegaal vuurwerk, en 40 procent aan legaal vuurwerk. Ook de incidenten met heel jonge kinderen zijn opvallend. Zo raakten op 1 januari in Amsterdam en Den Haag kinderen van negen en elf jaar ernstig gewond toen ze gevonden cobra’s probeerden aan te steken.

Traumachirurgen hebben voor afgelopen jaarwisseling de behandeling van enkele tientallen patiënten met vuurwerkverwondingen gerapporteerd. Het ging met name om ernstige brandwonden, scheurwonden, amputaties en botbreuken.