Het Openbaar Ministerie (OM) maakt gebruik van infiltranten in de strijd tegen jihadisten. Dat zeggen drie officieren van justitie in een interview in het OM-blad Opportuun.

''Klassieke opsporingsmethodes schieten soms tekort en daarom schrikken we er soms niet voor terug zwaardere bevoegdheden als informanten en infiltranten in te zetten", zegt officier Ferry van Veghel, die landelijk de aanpak van vermeende jihadisten coördineert. ''De aard van de strafbare feiten vergt dat je - uiteraard binnen de grenzen van de rechtstaat - vér gaat."

Volgens officier Bart den Hartigh is de aanpak van jihadisme anders dan andere strafzaken. ''In de aanpak van jihadisme en terreurdreiging moet je het strafrecht soms juist eerder inzetten om dingen te voorkomen, zonder dat dat altijd zal leiden tot een strafrechtelijke succesvolle vervolging."

Criminele burgers laten infiltreren in een strafrechtelijk onderzoek was sinds de jaren negentig een heet hangijzer door de zogenoemde IRT-affaire. Infiltranten sluisden toen drugs door onder toeziend oog van de politie.

Dat leidde tot ophef. Twee ministers moesten uiteindelijk opstappen en er kwam een parlementaire enquête. Sindsdien was het verboden infiltranten te gebruiken. Maar het kabinet liet vorig jaar weten dat het politie en justitie onder strikte voorwaarden toch weer infiltranten wil laten inzetten, omdat het handig kan zijn voor bijvoorbeeld het verzamelen van extra bewijs.