De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) zijn niet eenduidig in hun rapportage over de behaalde resultaten met de opbrengsten van de Giro 555-actie voor Haïti in 2010.

Dat schrijft de Algemene Rekenkamer in een rapport, dat dinsdag wordt gepubliceerd.

Donateurs die geld hebben gegeven aan de actie kunnen de resultaten van de verschillende organisaties daardoor niet onderling vergelijken.

Zo noemt de ene organisatie bijvoorbeeld het aantal gebouwde leslokalen, terwijl een andere juist het aantal leerlingen noemt dat gebruik maakt van nieuwgebouwde klaslokalen.

Volgens de Rekenkamer kunnen de SHO dit in haar eindrapportage over de resultaten van de Giro 555-opbrengsten, in 2015, nog verbeteren.

"Vergelijkbaarheid in de presentatie van resultaten is ook van belang voor de organisaties zelf, omdat het hen in staat stelt om van elkaar te leren."

Reactie SHO

In een reactie zeggen de SHO dat de Rekenkamer in haar rapport "voorbij gaat aan de internationale context van hulpverlening". Meer eenduidige cijfers zijn volgens voorzitter René Grotenhuis "op dit moment helaas een boekhoudkundige utopie".

"Nederlandse hulporganisaties werken nu eenmaal niet vanuit een Nederlands eiland, maar zijn verbonden in samenwerkingen met grote wereldwijde netwerken, met eigen standaarden voor verantwoording", aldus Grotenhuis.

"Wij hebben niet zo'n invloed dat we grote internationale organisaties als Unicef of het Rode Kruis snel kunnen veranderen."

Aardbeving

In januari 2010 werd het Caribische land zwaar getroffen door een aardbeving, waarbij zeker 220.000 doden vielen en meer dan 1,5 miljoen Haïtianen dakloos raakten.

Via een nationale televisieactie van de SHO werd ruim 112 miljoen euro opgehaald, waarvan bijna 42 miljoen euro afkomstig van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Bekijk de eerste beelden van het rampgebied na de beving: