Racisme, antisemitisme en extreemrechts geweld worden in Nederland strafrechtelijk meestal op een andere wijze aangepakt. Justitie kiest vaak voor een vervolging op basis van belediging of bedreiging in plaats van discriminatie.

Dat stelt het Verwey-Jonker Instituut, dat in opdracht van de Anne Frank Stichting onderzoek deed. Uit de dinsdag verschenen resultaten blijkt dat de politie vorig jaar ruim vierduizend discriminatie-incidenten heeft genoteerd.

Het ging om zaken zoals mishandeling, scheldpartijen, discriminatie op de werkvloer en het aanbrengen van hakenkruisen.

In detienhonderd gevallen leidde dit tot een sepot, transactie of dagvaarding van het Openbaar Ministerie. Slechts 36 zaken werden daarbij als "strafbare discriminatie" bestempeld.

Waarom het OM voor andere strafrechtelijke routes kiest, is niet uitgezocht.

Een rechter sprak in 580 gevallen vonnis uit tegen een persoon die betrokken was bij één van de vierduizend incidenten. Er waren 785 dagvaardingen (en dus rechtszaken).

Racisme

Van alle incidenten ging het in ruim de helft om racisme. Een groot deel van het antisemitisme betrof gescheld dat met voetbal te maken heeft, zowel in als buiten stadions.
 
Een jaar geleden oordeelde de commissie tegen racisme en intolerantie (ECRI) van de Raad van Europa dat Nederland racisme in de samenleving beter moet aanpakken.

De organisatie riep op wettelijk vast te leggen dat bij racisme een hogere straf kan worden geëist.